1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 81
LOUIS PASTEUR
,
57
stuk, die hem daarin zo aantrok. Maar hij zag in, dat hier een vrijwel onontgonnen terrein lag voor onderzoek, en zijn geest ontwaarde hier ook perspectieven, waar anderen blind voor waren, perspectieven, die wellicht voor de gehele mensheid van groot belang zouden kunnen zijn. De grote epidemieën onderging de mensheid toen nog veelszins als onbegrepen catastrophen, waartegen men vrijwel machteloos stond. Bij de epidemische ziekten werkte de geneeskunde nog met de vrij duistere begrippen van miasma en contagium, al naar de infectie door de lucht of door aanraking scheen te worden overgebracht. Pasteur vermoedde, dat als men de studiën op dit gebied maar ver genoeg voortzette, men een ernstig onderzoek kon doen naar de oorsprong van verschillende ziekten. Zulk een gedachte was voor hem een geheime, doch machtige prikkel, die hem voortdurend bezielde. Het is Pasteur nu gelukt in ontelbare, lange reeksen proeven aan te tonen niet alleen, dat gisting en rotting processen zijn, die steeds onder invloed van levende organismen tot stand komen, maar ook dat de kiemen van die microscopisch kleine organismen zich bevinden in de lucht. Overal in de lucht, zij het minder in de zuivere berglucht, bevinden zich die kiemen. Er bestaat als het ware een panspermie. Men kan zich voorstellen, dat deze gedachte, dat ook de heldere lucht vol zou zijn van levende kiemen, ook aan geleerde tijdgenoten als volkomen phantastisch voorkwam. Maar hij bewees ze, door aan te tonen, dat men die kiemen kan doden door sterke verhitting. De lucht op zich zelf was niet het agens, maar de kiemen, die zich er in bevonden. Wanneer hij een glazen kolf, gedeeltelijk met een vloeistof, bij voorbeeld melk, vulde, dan tot 100 of hoger verhitte, en de hals der kolf op een bepaalde wijze, onder bijzondere voorzorgen, dicht smolt, bleef de inhoud jarenlang onveranderd, ook al bevond er zich lucht bij. Als verder maar toetreding van lucht was buitengesloten, trad in zulke kolven geen gisting of rotting op. Hij ging er dus toe over de ,,steriel" te werken, zoals men dat noemt, de utensiliën eerst sterk te verhitten en bij het afsluiten steeds strenge cautelen in acht te nemen. Deze proeven, die uiteraard met pijnlijke voorzorgen van steriliteit werden genomen, brachten ten slotte de beslissing, al heeft Pasteur zich jarenlang tegenover bestrijders moeten verdedigen. In zulke gevallen kon de anders zachtmoedige man soms fel worden; overigens zette hij met eindeloos geduld telkens nieuwe reeksen proeven op, en toonde hij aan, dat zijn tegenstanders toch niet genoeg voorzorgen hadden genomen. De diepe overtuiging van de juistheid van zijn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's