Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 153

3 minuten leestijd

DE WISKUNDE IN DE NATUURKUNDE

121

aanschouwelijke manier van zeggen bij hun meer physisch georiënteerde collega's. De gedachte, dat zulk een aanpassing voor henzelf niet nodig is en dat zij zelf in staat zijn de nodige correcties aan te brengen, kan hen zelfs sterken in hun mathematisch zelfvertrouwen. Hun waardering voor de wiskundige strengheid en exactheid blijft ongeschokt. Slechts zien zij met een milde verdraagzaamheid neer op de natuurkundigen, die zich nog niet tot een dergelijk peil van scherpte hebben weten op te werken. Men kan echter de vraag stellen: Is het inderdaad zo, dat men zich in de natuurkunde een minder scherpe redeneertrant veroorlooft en ook kan veroorloven dan in de wiskunde, of is dit maar schijn? In zijn betoog gebruikt een physicus allerlei termen en formules. De vraag is echter, of hetgeen hij met zijn wiskundige termen en formules wil aanduiden, zich beperkt tot hetgeen er strikt wiskundig uit gelezen kan worden. M.a.w., is het niet mogelijk dat een physicus, indien hij hetzelfde zegt als een mathematicus, soms toch iets anders bedoelt? Willen wij op deze vragen nader ingaan, dan zullen wij ons moeten verdiepen in de rol, die de wiskunde vervult in de natuurkunde. 1. Hoewel de wiskunde en de natuurkunde tegenwoordig al nauwer met elkaar verbonden raken, in dien zin, dat er steeds minder gebieden van de wiskunde zijn, die hun bruikbaarheid in de natuurkunde nog niet hebben bewezen, toch moet worden vastgesteld, dat het onderscheid in karakter tussen beide wetenschappen steeds groter wordt In vroeger eeuwen werd een groot deel van wat thans onbetwist tot het terrein van de natuurkunde behoort zonder bezwaar tot de wiskunde gerekend. De mechanica werd b.v. geheel op dezelfde wijze behandeld als de meetkunde. Het experiment speelde slechts een ondergeschikte rol. Vooral in de evenwichtsleer vindt men in dien tijd een zuiver wiskundige manier van redeneren en bewijzen. Dat betekent niet, dat men toen de mechanica slechts beschouwde als een gedachtenconstructie. Integendeel, men vatte haar wel degelijk op als een beschrijving van de werkelijkheid. Bij een vorige gelegenheid i) heb ik al eens gewezen op een karakteristieke passage in d'Alembert's Traite de Dynamique. Hij zegt daarin, sprekend over de vraag „si les lois de la Statique et de la Mécanique sont de vérité nécessaire ou contingente", dat het eerste het geval is „si les lois données par Texpérience s'accordent avec celles ^) Over enige principes in de mechanica, J. H. Kok N.V., Kampen, 1952. (Inaugurele rede).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 153

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's