1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 63
DE ONTWIKKELING DER PHYTOPATHOLOGIE
47
In Duitsland zijn het naast de reeds genoemde personen: Frank, Kirchner, Klebahn en vooral Brefeld, die genoemd moeten worden. Uit Frankrijk vallen namen te noemen als Prillieux, Delacroix, Viala en Millardet. In Amerika zijn het o.m. Galloway, Erwin Smith en Burrill, die van zich doen spreken, de twee laatstgenoemden vooral vanwege hun baanbrekend werk over de bacterie-ziekten van de planten. Rusland levert een bijdrage in het klassieke werk van Woronin over de knolvoet van de kool, uit Denemarken noemen we Rostrup, Nielson en Jensen, van welke laatstgenoemde de bekende warm-watermethode afkomstig is. In Zweden geeft Eriksson een handboek over de graanroesten, terwijl ook in Nederland de phytopathologie met Wakker en Ritzema Bos een start van betekenis maakt. Engeland verschijnt met Marshall Ward en McAlpine, Italië met Comes, Savastano, Berlese en Petri, Hongarije met Istvanffi. Uit deze opsomming van namen, die gemakkelijk zou kunnen worden uitgebreid, valt een beeld op te maken van enorme verbreding van phytopathologische kennis. Wie overigens zou menen, dat in deze maalstroom van nieuwe vondsten en gedachten de oude theorieën vergeten zouden zijn, heeft het mis. Wel hebben Unger en Meyen afgedaan, maar iets van de invloed van de eeuwenoude theorieën blijft toch nog achter. Het is de strijd tussen pathogenetici en predispositionisten, die hieraan herinnert. De eersten zijn de discipelen van de nieuwe geest, die alle herinnering aan de oude mythen over boord werpen en de parasieten als directe oorzaak zien van de optredende ziekten, ongeacht de toestand van de plant. De anderen, hoewel accoord met de grondgedachten van het zelfstandige parasitisme van schimmels en bacteriën, menen dat voor een ziektetoestand van de plant toch te voren een zekere predispositie aanwezig moet zijn. Hoewel de pathogenetici verreweg in de meerderheid zijn, kunnen de predispositionisten zich vooral handhaven omdat Sorauer hun voorman is en diens handboek voor velen jarenlang als het ware de Bijbel van de phytopathologie zal vormen. Het strijdpunt dat in deze periode voor velen zo belangrijk is, verliest later uiteraard zijn betekenis, omdat verder onderzoek aantoont, dat de mate van de parasitaire aantasting afhankelijk is van allerlei uit- en inwendige factoren. Ook thans nog treft men bij enkele meer landbouwkundig georiënteerden een mentahteit aan, die in sommige opzichten herinnert aan deze predispositionisten. Hoewel de meesten niet zover gaan als de enkelingen, die het optreden van ziekten correleren met een teveel aan kunstmest, een tekort aan orga-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's