1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 169
138
G. A. LINDEBOOM
Bij alle critiek op Schultens hoogdravende rede, die de grote medicohistoricus Daremberg 5) noemt „fatiguante par un enthousiasme convulsif et haletant", bevat zij toch maar een schat van gegevens en blijft zij de voornaamste bron voor de kennis van Booerhaave's leven. Door een zoon van den redenaar, Jan Jacob Schultens, uit het Latijn vertaald, verscheen de rede in 1739 in het Nederlands 6). Het is uit die vertaling, dat wij Boerhaave's eigen mededelingen straks zullen citeren.
Boerhaave's vader, ds. Jacob Boerhaave, was predikant bij de Gereformeerde Gemeente in het kleine Voorhout bij Leiden. Hij had ook dezen begaafden zoon tot dat ambt bestemd, en daarnaar is langen tijd ook Hermans eigen begeerte uitgegaan. Vanaf het ogenblik, dat hij, in 1684, zich te Leiden als student in de theologie en de philosophie liet inschrijven, bestudeerde hij met groten ernst en toewijding den Bijbel en de kerkvaders. Wars van de theologische controversen en godsdienstige twisten, die de gemoederen destijds zozeer in spanning hielden, voedde hij een irenischen geest; bij hem leefde een heimwee naar de dagen van het eerste Christendom. „Bij deze oeffeningen voegde hy een' dagelyksche lezing der eerste Kerkvaderen, beginnende met Clemens den Romein, en naar de orde des tyds, langs de rye der Kerkschryveren afdalende: op dat Hy de leere van Jesus Christus, in het N.T. begrepen, naar d' uitlegging dier eerste Vaderen, doorgronden mogte. In dezen eerbiedde Hy een eenvoudigheid der onvervalschte leere, een' ongekreukte tucht, en een' onberispelykheid van een Gode geheiligd leven. Met droefheid zag Hy dat de Qodlyke Waarheden, door de spitsvinnigheid der Schooien bevlekt waren. Zeer smertte het Hem, dat men de Heilige Schrift uitleide, naar de verscheide gezindheden der Sophisten: en dat d overnatuurkundige bespiegelingen van Plato, Aristoteles, Thomas Aquinas, Scotus, en ten zynen tyde van Cartesius, tot wetten gestaafd wierden, naar welke men de gevoelens der Heilige Schryveren, van God, en Godlyke zaaken, hadt te regelen. Uit ondervinding bleek Hem, dat hier uit bittere scheuringen, hevige twisteryen van schrandere vernuften, haat, en onverzaadlyke eerzugt, rezen en gevoedt wierden: zo zeer strydig tegen den vreede met God en menschen. Niets was hem meer tegen de borst, dan dat allen erkenden, dat de Heilige Schrift menschelyker wyze sprekende, Godebetaamlyk moest
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's