Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 236

3 minuten leestijd

DE THEORETISCHE CHEMIE IN RUSLAND

193

weerd. Aan het slot van zijn eerste artikel over de theorie van de chemische structuur (1861) merkt hij op * ) : „Het zij verre van mij te beweren, dat ik hier een nieuwe theorie voorstel, ik geloof eerder dat ik gedachten naar voren breng, die aan vele chemici toebehoren. Ik moet zelfs erkennen, dat aan de beschouwingen en de formules van Couper, waarvan ik eertijds de te absolute en exclusieve conclusies bestreed, eenzelfde, zij het niet altijd even duidelijk uitgewerkte, gedachte ten grondslag lag". In een later artikel lezen we o.m. 5): „Ik was en ben o ,k nu vast niet van zin de briljante verdienste van Kekulé op theoretisch, zowel als op experimenteel gebied te ontkennen. Het begrip chemische structuur beschouw ik, evenals Meyer, als een consequentie van het valentiebegrip en vooral van de voor het eerst door Kekulé gevonden en uitgesproken regel, dat koolstof vierwaardig is. Dat verder de door Couper uitgesproken opvattingen met de bijna algemeen erkende identiek zijn, ontken ik niet, en zeker zijn de door Couper gegeven formules rationele formules in de huidige zin van het woord, d.w.z. constitutieformules of chemische structuurformules". Uit deze passage (1868) blijkt niet alleen dat Butlerow aan Kekulé en Couper niet te kort doet, doch tevens dat Butlerow's definitie van het begrip chemische structuur sinds 1861 is verruimd en thans ook plaats biedt voor de fysische structuur of constitutie. Butlerow zelf vraagt erkenning voor „de verdere uitwerking en consequente toepassing van de nieuwe ideeën" 5). Dank zij Butlerow's verklaring voor het verschijnsel der isomeric en de hypothese van Van 't Hoff en Lebel over de valentierichtingen van het koolstof-atoom, was de theorie der chemische structuur tegen het einde van de 19e eeuw een afgerond geheel geworden. Niettemin waren er nog vele verschijnselen, waarvoor de theorie geen bevredigende verklaring kon geven. In het bijzonder gold dit voor de aromatische verbindingen, waarvoor men geen eenduidig verband kon aanwijzen tussen de eigenschappen en de op grond van de klassieke theorie afgeleide chemische structuur. Uit fysische metingen aan organisch chemische verbindingen was gebleken, dat vele fysische grootheden volgens eenvoudige additieve regels konden worden berekend. Zo kon men de energie-inhoud van vele verbindingen additief verkrijgen uit de bindingsenergieën van de samenstellende bindingen in het molecule. Eenzelfde additief verband bleek te bestaan voor de moleculaire refractie. Paste men deze regels toe op de aromatische verbindingen, dan bleek het verkregen resultaat verre van overeen te stemmen met de experimenteel gevonden grootheid. Zo zou men op grond van de door Kekulé afgeleide

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's

1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 236

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's