1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 53
GELOOF EN WETENSCHAP IN DEZE TIJD
37
mensheid treedt een nieuwe levensperiode in en, evenals we als personen niet tegen onze leeftijd moeten vechten, zo moeten we als mensheid dat ook niet trachten te doen (ook al kunnen we als individueel lid van de mensheid door onze verbondenheid met het verleden — de een minder, de ander meer — een zeker pijngevoel over het terugwijken van de jeugd der mensheid niet ontkennen). We zullen dus niet apriori pessimistisch tegenover de ontwikkeling van de wetenschappelijke samenleving staan. Maar wèl zullen we onze Christelijke mede-verantwoordelijkheid voor het rechte gebruik van de wetenschap vasthouden. We mogen die niet laten wegordenen. Die verantwoordelijkheid hebben we zowel tegenover de natuur, ons levenesmilieu, dat door God aan onze zorgen toevertrouwd is, als tegenover onze medemensen. Tegenover de natuur zullen we als goede rentmeesters daarover moeten handelen en niet maar als uitbuiters. En tegenover de mensheid zullen we ons steeds dienen te herinneren dat wij al onzer broeders hoeders zijn. Derhalve zullen wij ons bijvoorbeeld hebben te bezinnen op het wereld-voedselprobleem (in relatie tot het wereldbevolkingsvraagstuk). Maar ook hebben we een onverliesbare medeverantwoordelijkheid voor het technische gebruik (zij het physische techniek, biotechniek of psychotechniek) dat van ons wetenschappelijk werk gemaakt wordt. En evenzeer zullen we resultaten van wetenschappelijk onderzoek niet mogen verzwijgen, ook al is daar een particulier commercieel belang mee gediend, als dat het heil van onze medemensen zou schaden. Derhalve zullen we niet blind commerciële of nationale, of supranationale heren mogen dienen; om nog maar te zwijgen van militaire toepassingen of van toepassingen in dienst van een dictatoriaal regiem of van bepaalde ideologieën — ik denk bijvoorbeeld aan kunstmatige inseminatie ten behoeve van de eugenetiek, waarvoor het „synthetische" gezin gevormd wordt. Men moet niet denken dat het hier niet om principiële dingen gaat, of zal gaan. Men moet niet zeggen dat onze verantwoordelijkheid in deze dingen hoogstens een ethische zaak is, waar ieder maar naar zijn eigen geweten zal moeten handelen. Ten eerste zou ik niet graag willen zeggen dat iets ,.hoogstens" een ethische zaak is. Maar bovendien, er is meer in 't geding. De mens gaat de gehele hem omringende schepping en zichzelf er bij a.h.w. in de handen nemen. Hij gaat het leven in zijn handen nemen. Welnu, tenzij hij zich in gehoorzaamheid gebonden houdt aan Gods scheppingsordeningen, zal hij daarbij de neiging hebben het leven, dat hij in zijn handen neemt, te ontwortelen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's