1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 328
DE TOELAATBAARHEID VAN KLEINE STRALINGSDOSES
271
ondervond, zijn voor deze beschouwing merendeels niet belangrijk, omdat het optreden ervan bij een lage stralingsdosis uitgesloten geacht mag worden. Een punt van discussie vormt echter op het ogenblik de vraag, in hoeverre een langdurig voorgezette geringe bestraling maligne tumoren kan induceren, waaronder in dit verband ook leukemie gerekend mag worden. De moeilijkheid schuil in het feit dat, hoewel een groot aantal gevallen van het optreden van stralingstumoren bekend is, de beschikbare gegevens betrekking hebben op veel grotere stralingsdoses dan hier ter sprake gekomen zijn. Longkanker werd in hoge frequentie gevonden bij arbeiders in uraniummijnen. Bottumoren en leukemie traden in sommige gevallen op bij radium vergiftiging. Een verhoging van de leukemiefrequentie werd met zekerheid vastgesteld onder de overlevenden van de atoombomexplosies in Hiroshima en Nagasaki. Ook therapeutische toepassing van ioniserende straling bleek tumoren te kunnen veroorzaken. In deze gevallen bedroeg de dosis meer dan verscheidene honderden röntgens, meestal zelfs aanzienlijk meer. Er doen zich nu een aantal vragen voor zoals de volgende: kan men bij een lage stralingsdosis tumorinductie uitsluiten of wordt alleen maar de kans zoveel kleiner dat men tot nu toe geen gevallen waargenomen heeft? Geeft een geleidelijke toediening van de stralingsdosis een verhoging of een verlaging van de kans op tumorvorming? Wat is de oorzaak van de lange latentietijd tussen bestraling en ontwikkeling van de tumor (in de regel meer dan 5 jaar)? Hangt de kans op tumoren alleen af van de stralingsdosis of ook van andere factoren, zoals de aard van de straling? Het onderzoek naar deze vragen wordt bemoeilijkt doordat de door straling opgewekte tumoren in het algemeen niet te onderscheiden zijn van spontaan optredende afwijkingen, zodat een stralingstumor niet als zodanig te herkennen is. Men is hierdoor gedwongen grote aantallen gevallen te onderzoeken om na te gaan of er een statistisch significante correlatie tussen maligne afwijkingen enbestralingbestaat. Het ziet er naar uit dat met deze methode resultaten geboekt zullen worden. Men heeft op deze wijze kunnen vaststellen dat de leukemiefrequentie, althans boven een dosis van een paar honderd röntgen, stijgt met toenemende dosis. Verder zijn er aanwijzingen dat schildkliertumoren bij kinderen reeds na een dosis van enkele honderden röntgens kunnen optreden. Dit resulaat wordt echter door sommigen sterk in twijfel getrokken. Volgens een publikatie in 1956 van een aantal Engelse onderzoekers zou de geringe stralingsdosis van enkele
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's