1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 170
BOERHAAVE ALS CHRISTEN
139
worden uitgeleit, en dat nogtans een ieder de Godebetaamlykheid, uit de bepalingen van zyn overnatuurkunde opgaf. Afkeerig verfoeide Hy daarom, dat de Party toen ten tyde d' overhand hebbende, het voorschrift, en het rigtsnoer der Rechtzinnigheid, eenig regelden naar het meesteragtig gezag der overnatuurkundigen, geenszins ruiar de Heilige Schrift: waar van daan zo vele verschillendheden, over d' allereenvoudigste leer e" ''). Het is Boerhaaves voornemen gew^eest, na zijn promotie tot doctor in de geneeskunde, welke op 15 juli 1693 te Harderwijk plaats vond, te staan naar de bevoegdheid het predikambt te bekleden. Hij liep toen met de gedachte rond — en dit is weer kenmerkend voor zijn vroomheid — „eene Redevoering in d' Academie te doen, waarin hij de redenen zou navorschen, waarom Oudstijds van ongeleerden zo velen, huidendaags van d' allergeleerdsten zo weinigen tot Christenen geraakt zijn". Intussen is hij spoedig daarop van gedachten veranderd. De aanleiding daartoe is geweest, wat hij zelf noemt „een geval, toaaruit hij voorzag, groote hinderpaalen te zullen rijzen, om ooit een kerkelijke bediening te bekleeden". Schultens verhaalt, dat hij in de trekschuit aan iemand, die op Spinoza zat te schelden, gevraagd had, of hij ooit wel iets van hem gelezen had, — waarop een medereiziger zijn naam noteerde en zorgde, dat men hem in heel Leiden van Spinozisme ging verdenken. Het lijkt velen niet waarschijnlijk, dat alleen dit voorval Boerhaave van gedachten heeft doen veranderen. Men ziet er meer een aanleiding, dan de oorzaak in. Aan den anderen kant wijst Boerhaave zelf op zijn nog kort te voren bestaand voornemen naar een kerkelijk ambt te staan. Misschien heeft hij toch al langer gevoeld, dat hij irenischer was dan de meeste predikanten en dat zijn milde houding hem wellicht moeilijkheden zou berokkenen, wat hem dan opeens duidelijk geworden kan zijn. In elk geval, hij koos toen definitief voor een geneeskundige loopbaan en vestigde zich als arts te Leiden. Zijn practijk, die niet dadelijk druk was, liet hem aanvankelijk veel tijd voor de practische beoefening der scheikunde en voor studie; en voorts liet hij niet na „de Heilige Schrift (te) lezen, en de schrijvers, die een veiligen weg aanwijzen om God te leren beminnen" s). In de critieke dagen, waarin zijn levensbeslissing viel om van het predik-ambt af te zien, is zijn rechtzinnigheid dus betwijfeld geworden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's