Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 288

2 minuten leestijd

HET ELEKTRON IN DE EXPERIMENTELE EN THEORETISCHE CHEMIE ') door G. J. HOIJTINK

De gedachte, dat aan een voortgezette deling der materie een grens zou zijn gesteld, werd voorzover ons uit de geschiedenis bekend is, voor het eerst naar voren gebracht door de in de vierde eeuw voor Christus levende Griekse wijsgeer Democritus. Deze geleerde veronderstelde dat alle materie is opgebouwd uit een groot aantal kleine gelijksoortige deeltjes, waaraan hij de naam atomen, d.i. ondeelbaren gaf. Zijn tijdgenoot Empedocles breidde deze gedachte uit door te veronderstellen, dat niet alle atomen van dezelfde soort waren, doch voor ieder element verschillend. Sedertdien is de gedachte van de discontinuïteit der materie eeuwen lang het onderwerp geweest van discussies tussen geleerden van verschillende levens- en wereldbeschouwing, tot ze in het begin der 19e eeuw een, zij het aanvankelijk nog wankele experimentele basis verkreeg, toen de Engelse scheikundige Dalton er in slaagde zijn door analyse en synthese verkregen experimentele gegevens omtrent de samenstelling van scheikundige verbindingen met behulp van de atoomtheorie tot één gezichtspunt te verenigen. Hoewel Dalton's atoomtheorie een eeuw lang meer het karakter had van een werkhypothese werd zij van zo grote waarde voor het chemisch structuuronderzoek, dat tegen het einde der 19e eeuw vrijwel niemand die met structuurproblemen werd geconfronteerd, het bestaan van atomen betwijfelde. De ontwikkeling van de moderne fysica heeft Dalton's theorie echter eerst voorgoed van haar hypothetisch karakter bevrijd. De massa van de, door Dalton ondeelbaar veronderstelde, atomen bleek voor meer dan 99 % geconcentreerd in de positief elektrisch geladen atoomkern, waarvan de straal minder dan een duizendste deel van de straal van het atoom bedraagt, terwijl in de ijle ruimte om deze kern zich de elektronen bewegen, de dragers van het elementaire quantum van negatief elektrische lading. In ver1) Rede, uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar m de fysische en theoretische chemie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam op vrijdag 18 oktober 1957. De aanhef en de slottoespraken zijn weggelaten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's

1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 288

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's