1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 89
SCHEPPING IN DE MODERNE FYSICA
69
dat de mens bijna tot een goddelijk wezen werd gemaakt. Zijn taak ten opzicht van het geschapene brengt met zich mede dat hij het geschapene moet leren kennen en gebruiken om God daarmee te eren. Tot deze taak behoort ook dat hij ingeschakeld is bij de ontsluiting van wat in het geschapene als mogelijkheid ligt verborgen; in zekere zin is hij dus medewerker van God bij deze scheppingsarbeid. Deze medewerking treedt nu ook in verschillende van de genoemde fysische processen naar voren, waarbij kunstmatig elementen en deeltjes gemaakt worden : hier schept niet de mens, maar hier helpt de mens mee bij de ontsluiting van wat God in het geschapene gelegd heeft. Uiteraard brengt de beperktheid van de mens met zich mede dat deze medearbeid bij de ontsluiting maar op kleine gebieden kan optreden, hoe spectaculair deze medearbeid ons ook lijkt. Andere gebieden zijn voor de mens ontoegankelijk of in ieder geval nog niet toegankelijk. In dit verband kan gedacht worden aan een proces als Hoyle veronderstelde over de spontane continue creatie van protonen. Indien een dergelijk proces bestaat, gaat het menselijke beïnvloeding ver te boven en alleen indirecte gegevens kunnen ons iets leren over de juistheid van deze veronderstelling. Tegen de veronderstelling van continue creatie zelf kan, geloof ik, geen bezwaar ingebracht worden; wanneer we oog hebben voor de ontwikkeling en voltooiing van deze kosmos, is er geen enkele reden om te poneren dat de totale hoeveelheid materie constant zou moeten zijn. Wat vastligt en voltooid is, is niet de hoeveelheid materie, maar de structuur van de kosmos; en juist die structuur is voor Hoyle, zoals we zagen, een moeilijke zaak en het ontstaan van deze structuur verschuift hij dan ook naar het oneindig verleden. Welke rol spelen nu de wetmatigheden die wij in de natuur ontdekden, laten wij ze natuurwetten noemen, bij de processen waar het hier over gaat? We kunnen uitgaan van het feit dat de structuur van het geschapene vast ligt en daarmee de inzettingen en verordeningen die God gesteld heeft. Bij geen enkel proces zullen deze dus doorbroken worden. Wij zullen ons er echter voor moeten wachten deze goddelijke inzettingen min of meer gelijk te stellen met de door ons gevonden wetmatigheden. Wij kunnen wel zeggen dat de mogelijkheid wetmatigheden te vinden, te danken is aan het feit dat Gods inzettingen vast zijn. Maar Gods inzettingen zijn anders van aard dan onze regels en kunnen door ons niet begrepen worden. Wij vinden dus slechts wetmatigheden die uit Gods inzettingen resulteren en wij vinden deze nog maar in beperkte geldigheidsgebieden en met een beperkte nauw-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's