1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 215
178
G. A. LINDEBOOM
komen, en toen reeds in 3de druk verschenen. Linnaeus was — het zij hier reeds gezegd — nogal ijdel, en zocht roem en erkenning. Op reis naar Holland om daar te promoveren (hetgeen op 23 juni 1735 te Harderwijk is geschied), lanceerde hij in de Hamburgische Berichte von neuen gelehrten Sachen van 10 juni 1735 het volgende bericht 3) : „HAMBURG. Der schon zu verschiedenen malen in den ersten Jahren dieser Berichte mit Ruhm erwehnte berühmte Medicus und Botanicus aus Schweden, Hr. Carolus Linnaus, reisete dieser Tagen in Gesellschaft eines seiner bisherigen Zuhörer, Hrn. Sohlsbergs, der ebenfals von Gebuhrt ein Schwede, hiedurch nach Holland, um daselbst sich enige Jahre aufzuhalten, und durch den Umgang dasiger berühmten Manner, vornemlich des Hn. Boerhaven, mit welchem Er bereits in Schweden einen gelehrten Briefwechel unterhalten hat, seine obschon zu einer grossen Volkomenheit gebrachte Wissenschaft in medicis, physicis und botanicis, noch hóher zu treiben." Het is mogelijk, dat Linnaeus vanuit Zweden een brief naar Boerhaave heeft gezonden om zijn bezoek aan te kondigen, maar van een correspondentie is zeker geen sprake geweest. Die was niet meer dan een wensdroom! Of Boerhaave dit bericht gelezen had en er enigszins over ontstemd was, blijve in het midden. Zeker is, dat het Linnaeus de nodige moeite heeft gekost tot Boerhaave door te dringen. Zelf stelde hij het voor, alsof Boerhaave zo'n beroemdheid en autoriteit was en zo van alle kanten gezocht, dat een kennismaking met hem even moeilijk was als het verkrijgen van een audiëntie bij een minister. Zo lastig was Boerhaave echter niet te benaderen ! Linnaeus' eerste bezoek liep mis, omdat hij, als Zweed, niet begreep, dat de juffrouw, die hem toe moest laten, een fooi van een gulden verlangde. De bekende medico-botanicus Gronovius, die Linnaeus hartelijk ontving, heeft toen bemiddeld, maar Boerhaave heeft den jongen geleerde toch acht dagen laten wachten. Zo iets deed Boerhaave niet zonder reden! Intussen, Boerhaave, zelf botanicus met hart en ziel, — van 1709 tot 1729 was hij hoogleraar in dat vak geweest en op zijn buitea OudPoelgeest kweekte en verzamelde hij met waren hartstocht nog allerlei gewassen — zag spoedig, wat in Linnaeus stak. Hij erkende diens grote plantkundige geleerdheid, en heeft hem voortgeholpen, waar hij kon : beval hem aan aan George Clifford, eigenaar van de Hartecamp, zorgde, dat Johannes Burman, hoogleraar in de botanie te Amsterdam,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's