1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 319
262
F. W. GROSHEIDE
in het water of in het vuur terecht kwamen. Zij schreeuwden en bij de aanvallen, die zij kregen, stond het schuim hun op de lippen. De aanvallen konden meebrengen, dat ze niet konden spreken, ook kwam doofstomheid voor, zij leefden niet het gewone mensenleven, doch hielden zich op op woeste plaatsen, soms zelfs in de graven Er wordt bij hen ook van maanziekte gesproken; het is nog steeds zeer moeilijk te zeggen wat daaronder is te verstaan. Misschien vallen hier onder de krampen, waaraan de bezetenen leden. Nu is er niet alleen sprake van louter lichamelijk lijden. Er is ook sprake van geestelijke afwijkingen, dat te nemen in de zin van psychiatrische. Er is bij deze mensen een dubbel subject. Wat zij doen, bezwaart hen, zij willen ervan bevrijd worden, maar zij kunnen zichzelf niet helpen. Zij zijn ziek, en verlangen vurig naar verlossing, naar bevrijding. Wij raken hier reeds aan de verklaring die de evangeliën zelf van het verschijnsel geven. Deze bezetenen zijn in de macht van een geest, de geest heeft hen, heeft hen in zijn macht Deze geest is een onreine geest, welk onrein men wel ceremonieel, d.w.z. onrein naar de Mozaïsche wet, zal moeten nemen. Er is wel gezegd, dat men de bezetene moet zien als een mens die het beeld Gods min of meer heeft verloren. Ik vestig er de nadruk op, dat wij dit niet in de evangeliën lezen. Wat wij tot dusver schreven, is niet meer dan een oppervlakkige verklaring, een die niet verder gaat dan dat zij een uitbreiding geeft van een beschrijving der uitwendige verschijnselen De evangeliën zeggen meer. Daarbij is in de eerste plaats van betekenis, wat zij niet zeggen. We lezen nooit dat de bezetene een zondaar is, een schuldige. Toch is hij van de duivel bezeten, maar niet als Judas, in wiens hart de duivel voer, en die zich bewust door de satan liet gebruiken. De bezetene is buiten zijn wil bezeten en begeert niet anders dan te worden verlost. Dat brengt ons tot een tweede punt. De bezetenen hebben iets te maken met het werk van Christus tijdens zijn omwandeling op deze aarde. Als de bezetenen met Jezus in aanraking komen, gebeurt er iets. De bezetenen vragen, smeken om verlossing. Maar meer dan eens gaat daaraan vooraf een belijdenis omtrent Jezus. Naar Markus 1 : 24 schreeuwt een bezetene: ik weet wel wie Gij zijt: de heilige Gods. Dat roept een bezetene op een tijdstip, dat nog geen apostel beleden heeft, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God. Zo is het ook met het erkennen van Jezus' heerschappij. In Math. 8 : 28 roepen twee bezetenen: Wat hebt Gij met ons te maken. Zoon van God? Zijt Gij geko-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's