Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 261

3 minuten leestijd

214

A. VAN DER ZWAN

en geest, vond volgens hem voornamelijk in deze pijnappelklier plaats. Die was de ware zetel van de ziel. Dat de pijnappelklier inderdaad als „spiegel" werd gezien blijkt bijvoorbeeld uit de critiek van Bartolyn, die opmerkte, dat deze spiegel dan wel wat erg klein was en bovendien in het donker stond! De gewichtigste van de zielsprocessen waren de hartstochten, namelijk de bewondering, de liefde en haat, de begeerte, de vreugde en de droefheid. Door de wil was de mens in staat zijn driften te bedwingen en ze tenslotte om te vormen, de psychoanalytici zouden zeggen, te sublimeren, tot zijn hoofddeugd: la generosité, de edelmoedigheid. Wij leven niet meer in de periode van Descartes, waarin de mens zich op alle terreinen van de wetenschap voldoende kan bewegen, nu deze zich in vele richtingen heeft ontwikkeld. Aan de éne kant de A-wetenschappen: de theologie, philosophic, psychologie enz, en aan de andere kant de B-wetenschappen, waaronder de physiologie, de anatomie, de physica, de chemie etc. Hoe onmogelijk het echter ook is om zelfs maar de hoofdtrekken van de verschillende terreinen te kennen, toch moeten wij trachten dit zoveel mogelijk te doen, omdat van deze wetenschappen de voornaamste doelstelling is: de kennis van de mens en wel nog altijd de relatie geest-stof. Het zou op zichzelf een prachtige studie zijn 2) te onderzoeken hoe na Descartes het aantal driften door Spinoza in zijn systeem vereenvoudigd werd en later door Schopenhauer tot één werd teruggebracht, namelijk de geslachtsdrift, die hij zag als de sterkste manifestatie van ons wilsleven. De wil, die hij niet meer alleen als foewust zag, maar voornamelijk als een onfoewust psychisch gebeuren. Na de psycho-analytische studie van Edward Hitschmann 3) is het niet zo erg moeilijk meer van de philosiyphie van Schopenhauer over te springen naar de psychologie van Charcot en de psycho-analyse van Freud, om dan tenslotte te komen tot de physiologie van de driften en van hun sublimatie, of wel van het instinctieve en van het hogere geestelijke leven, waardoor de mens zich onderscheidt van het dier. Het zijn inderdaad grote sprongen van het éne terrein naar het andere, maar het is noodzakelijk, dat wij hier de verschillende facetten van ons geestelijk leven onderscheiden èn zien, dat het onmogelijk is ze te scheiden. Ik zal nu proberen èn dit driftleven èn dit hogere geestelijk leven als medicus naar voren te brengen en de klinische verschijnselen physiologisch te duiden. Het best is dat wellicht te doen aan de hand van de psycho-chirurgie en de daarmede samenhangende problemen. Ik wil

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's

1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 261

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's