1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 301
248
G. J. HOIJTINK
lopen over de interpretatie van het elektron en de direct daarmee verband houdende quantummechanische beschrijving, willen wij tenslotte stilstaan bij de vraag welk standpunt de Christen, die de Bijbel aanvaardt als grondslag voor geheel het leven, in deze meningsstrijd inneemt. Het is ongetwijfeld waar dat de scherpe tegenstelling die er in de vorige eeuw tussen Christenen en niet-Christenen bestond is verminderd. Afgezien van het dialectisch materialisme laten de moderne filosofieën weer ruimte voor het religieuze denken. Het Christelijk denken stelt zich echter niet met een gereserveerde plaats tevreden; het is niet aan grenzen gebonden, daar het de souvcreiniteit van de Schepper erkent op alle gebieden der wetenschap. De Christen stelt tegenover de positivistische ontkenning van het bestaan van een objectieve fysische wereld zijn zeker weten dat hij leeft in een door God geschapen realiteit. Hij zal tegenover de onderwaardering van de menselijke geest door het dialectisch materialisme stellen de grote gave van de geest die God aan de mens boven alle schepselen heeft geschonken, doch zal zich eveneens onthouden van een overwaardering van zijn geestelijke gaven zoals die in positivisme en conventionalisme tot uiting komt. Immers „hoezeer de mens zich ook aftobt met zoeken, hij kan het werk Gods niet ontdekken, en wanneer soms een wijze mocht zeggen, dat hij het weet, hij kan het niet ontdekken". Zijn realisme gaat ver uit boven de naïeve vraag: „zijn elektronen deeltjes of golven?" Hij weet zich ervan verzekerd, dat de informaties door het experiment verkregen, komen van een objectieve wereld. Dat hij zich als subject niet van deze wereld kan isoleren en dientengevolge zijn beschrijving van de fysische wereld slechts een benaderde zal zijn, overtuigt hem eens te meer van zijn schepsel-zijn en van de majesteit van zijn Schepper. Vele fysici en chemici, zowel Christenen als niet-Christenen, hoort men tegenwoordig wel beweren, dat deze kennistheoretische problemen, zoals hier naar aanleiding van de beschouwing van het elektron naar voren zijn gekomen, het vakwetenschappelijk onderzoek niet raken. Voorzover het de resultaten \'an het vakwetenschappelijk onderzoek betreft, zal ik dat zeker beamen, juist omdat ik ervan overtuigd ben dat wij allen, fysici en chemici, van welke levensovertuiging ook, geplaatst worden voor eenzelfde realiteit, waaruit wij onze informaties verkrijgen. Wie echter bij deze resultaten blijft staan en ze niet tracht te beschouwen in het verband van zijn levens- en wereldbeschouwing, vervalt in een vorm van pragmatisme die de naam van wetenschap niet waard is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's