Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 86

3 minuten leestijd

66

J. BLOK

wordt dit woord gebruikt voor het optreden van natuurverschijnselen als de vwnd (Am. 4 : 13), van rampen (Jes. 45 : 7), van wonderen (Ex. 34 : 10), van uitreddingen (Jes. 41 : 20; Jer. 31 : 22), van vergeldingsdaden (Num. 16 : 30); verder ook voor de vernieuwing van het mensenhart (Ps. 51 : 12), voor de lof die de mens God toebrengt (Jes. 57 : 19) en voor de vernieuwing van hemel en aarde (Jes. 65 : 17). Soms is hier dus sprake van regelmatig optredende verschijnselen (bijv. wind). Vaak echter zal het geschapene een nieuw oirverwacht element bevatten; een enkele maal wordt dan ook toegevoegd: God schept iets nieuws (Num. 16 : 30; Jer. 31 : 22). Steeds wordt in de Bijbel het woord scheppen alleen gebruikt voor een goddelijke activiteit. Het gebruik van hetzelfde woord voor Gods werk in de ruime zin van het woord wijst er op dat de schrijvers van het O. T. de genoemde scherpe scheiding tussen schepping en onderhouding niet kenden, veeleer beschouwden zij Gods handelen met de kosmos als een eenheid. Ik geloof daarom dat we het beter zo kunnen zien dat bij de schepping in de beginne de grondstructuren van het geschapene zijn vastgelegd en daarmee de mogelijkheden die in het geschapene verborgen liggen. Letten wij hierop, dan kunnen wij zeggen dat de schepping afgesloten is. Wanneer we er echter op letten dat het gehele werk pas af is wanneer alle mogelijkheden, die in het geschapene liggen, gerealiseerd zijn, dan zien wij dat in die zin de schepping nog onvoltooid is. Deze kosmos moet zich nog verder ontwikkelen en deze ontwikkeling kan alleen geschieden door God zelf, die de mogelijkheden in de kosmos gelegd heeft. Bij deze ontwikkeling kunnen nieuwe verschijnselen voor de dag komen die in Gods plan waren opgenomen en die als mogelijkheid in het geschapene gelegd waren. Zo gezien verliest de periode van de onderhouding haar stationair karakter en krijgen we oog voor de ontwikkeling die binnen de vastgestelde structuren plaats vindt. Een stationaire opvatting van het werk van God in de onderhouding is o.a. door Kuyper i^) afgewezen in zijn werk over de voorzienigheid; hij wees die af als een vlakke voorstelling die niet in overeenstemming is met de gedachte dat God de fontein van het leven is. In het kader van het werk van deze vereniging moet ik hier de in het orgaan gepubliceerde lezing van dr. J. H. Diemer over Natuur en Wonder i6) noemen, waarin de hier bestreden gedachte zeer duidelijk ook wordt afgewezen. De gedachte aan een scherpe scheiding tussen schepping en onderhouding, die in orthodoxe kring nogal opgeld gedaan heeft, brengt ernstige consequenties met zich mee op het gebied van de natuur-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's

1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 86

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's