Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 171

2 minuten leestijd

140

G. A. LINDEBOOM

Men verdacht hem van Spinozistische „ongodisterij". Voor zulk een verdachtmaking is echter in zijn geschriften geen enkele aanleiding te vinden. Veeleer had hij in zijn, op 21 december 1690 verdedigd theologisch proefschrift: „Disputatio philosophica inauguralis de distinctione mentis a corpore" zich ook wel tegen den groten Joodsen pantheastischen denker gekeerd. Inderdaad, deze aantijging was „onzinnig". Vele jaren later heeft hij een meer rechtstreeksen aanval moeten doorstaan. Naar aanleiding van zijn rectorale rede „De comparando certis in physicis" (over het verkrijgen van zekerheden in de natuurkunde, 1715) kwam de strijdvaardige Franeker hoogleraar Ruardus Andala (Ruurd Ruurds, 1665—1727) in het geweer. Deze liet een promovendus Boerhaave attaqueren, onder andere op zijn vermeend scepticisme 9). In die rede had Boerhaave immers, evenals elders, beweerd, dat de beginselen der dingen ten eenenmale verborgen zijn 9a). Boerhaave sprak zo als natuurwetenschappelijk onderzoeker en denker, die van de aanschouwing en ervaring uitgaat. De Groot, die in zijn „Denken over Ziel en Leven" (1917) ook een studie heeft gewijd aan „Boerhaaves beschouwingen over de Zieï', zet daarin uiteen, dat de grote clinicus zich hier keert tegen de aprioristische physiek der Cartesiaanse School, die „uit algemeene beginselen deductief met groote sprongen naar het bijzondere" voortgaat lo). Boerhaave heeft zich overigens van de felle aanval weinig aangetrokken en er niet op gereageerd. Curatoren der Franeker hogeschool zorgden, dat Andala hem een verontschuldigende brief zond, waarop hij in verzoenenden zin schijnt te hebben geantwoord. In de bovengenoemde studie toont De Groot veel waardering voor Boerhaaves beschouwingen over de ziel, gezien in het kader van zijn tijd : „Als arts had hij de lichamelijke verschijnselen van den gezonden en van den zieken mensch tot het gestadig voorwerp zijner onderzoekingen en zorgen gemaakt, zonder de psychische verschijnselen uit het oog te verliezen. Onder de psychische verrichtingen had hij de zintuigelijke niet met de redelijke verward, maar in het hooge leven van rede en geestelijk willen het onderscheidende werk doorschouwd der menschelijke ziel, wier geestelijk wezen en waardij en onsterfelijk voortbestaan hem diep in den geest stonden geprent, niet alleen door zijn christelijke geloofsovertuiging en eerbied voor de evangelische waarheid, maar tevens uit kracht van zijn wetenschappelijk en wijsgeerig inzicht. Toen de mist van het materialisme de psychologie in gevaar bracht, wierp de wijsheid van Boerhaave reddende stralen uit

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's

1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 171

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's