Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 145

3 minuten leestijd

118

J. A. HENDRIKS

Wat is dus nu volgens de Schrift de gestalte, de structuur van de eerste mens? Hierover geeft de Schrift ons wel zeer veel duidelijke aanwijzingen, zowel wat betreft zijn psychologische structuur, als zijn kulturele en religieuse ontwikkeling. Allereerst staat er dan van deze eerste mens, dat hij naar Gods beeld geschapen is. Dat kan toch eigenlijk alleen maar geestelijk zijn bedoeld, want God is een Geest. Volgens de belijdenis betekent dit: de mens ontvangt van God ware kennis, gerechtigheid en heiligheid. Profeet, priester, koning, dat is de gestalte van de eerste mens. Nog tijdens de scheppingsperiode formeerde God de mens uit stof. Wij mogen hierbij wel denken aan levende stof, want ook tot de levende mens zegt God : stof zijt gij en tot stof keert gij weer. Hij weet, dat wij stof zijn (Ps. 103). Hier wordt dus geen onderscheid gemaakt tussen de dode en levende stoffelijke dingen. Zo is het dus in de lijn der creatieve evolutie mogelijk, dat de mens b.v. uit een levend antropoid wezen geschapen is i). Zo formeerde de Here God de mens en blies de levensadem in zijn neus. Wij zullen dit inblazen wel niet letterlijk-fundamentalistisch moeten verstaan, maar toch wel zó, dat de eerste mens (vermoedelijk reeds bij zijn ontvangenis) door deze goddelijke inblazing, niet alleen de adem en het leven, maar tegelijk ook de geest geschonken werd, zoals dit nog steeds (vermoedelijk reeds bij het wonder der conceptie) plaats vindt. Want de schepping naar Gods beeld en het inblazen van de levensadem, wat hier beide in heel de scheppingsgeschiedenis voor het eerst wordt genoemd, wijzen op een goddelijke handeling van hoger orde dan bij de dieren. Hier wordt een schepsel gecreëerd van groter allure, van machtiger signatuur dan al het voorafgaande. Dit inblazen van Gods geest vindt ook plaats in Ezechiëls visioen na de woorden (Ez. 37 : 9): „o geest, blaas in deze gedoden, zodat zij herleven". In Johannes 20 : 22 is ook van inblazen sprake; en Hij blies op hen en zei: „ontvangt de heilige Geest". In Genesis 7 wordt gesproken over de levensgeest, die mens en dier gemeen hebben, evenals in de veel voorkomende uitdrukking „al wat adem heeft". Hierover spreekt ook de Prediker, maar hij voegt er aan toe, dat er bij deze schijnbare overeenkomst een groot principieel verschil bestaat. De levensgeest van het dier blijft gebonden aan de aarde, maar de levensgeest van de mens vaart op tot God, die de mens ook blijkens Genesis ^) Zie ook Lever, I.e. p. 165.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's

1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 145

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's