Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 217

2 minuten leestijd

180

G. A. LINDEBOOM

Hoe behulpzaam en vriendelijk Boerhaave ook voor Linnaeus geweest is, au fond mocht hij hem niet. Dit blijkt, of liever wordt wellicht ten overvloede bevestigd door een opmerking van een van Linnaeus' vrienden in zijn dagboek: „Es ist merkwürdig, dasz Boerhaave Linnaeus nicht ertragen kann." Wanneer men let op Boerhaaves grote bescheidenheid, nederigheid, ên zijn gevoel van nietig-creatuur te zijn tegenover God, en dat vergelijkt met Linnaeus' persoonlijke verhouding tot God, is dit in het geheel niet merkwaardig. Linnaeus' godsdienstig besef Kuilman 6) heeft betoogd, dat Linnaeus opgegroeid is in een sfeer van een min of meer verstarde Lutherse orthodoxie, waarin van het sola fide van den groten hervormer weinig meer was terug te vinden. In elk geval is het waar, dat men in de natuurbeschouwing van die dagen een optimistische teleologie huldigde, waarin men God loofde en prees, omdat Hij alles zo mooi en doelmatig voor den mens had ingericht — een beschouwing, die de eerste grote schok zou krijgen door de aardbeving, die Lissabon verwoestte (1755). Toch had Linnaeus ook er weet van, dat God kan straffen. Als jong student, toen hij door een medestudent, later zijn collega-hoogleraar te Upsala, Rosén, was gecontrarieerd, heeft hij zich er op betrapt, dat hij met moordplannen rondliep. Daar is hij van geschrokken. En hij heeft voor zijn zoon, als geestelijk testament, allerlei ervaringen verzameld, die hij onder den titel „Nemesis divina" rangschikte. God straft zonden reeds in dit leven, hij wreekt de misdaden, en dit toont hij in dit eigenaardige geschrift met min of meer frappante verhalen over anderer levenservaringen. De Nemesis divina doet eigenlijk enigszins antiek-Grieks aan, en mist de Evangelische boodschap van de verzoening der zonden door Christus. Het geschrift blijft enigszins moeilijk te plaatsen in Linnaeus' denk- en gevoelswereld. De ijdelheid, die Boerhaave — we zagen het — zo weldadig miste, was ruimschoots het deel van Linnaeus. Afzelius '^), die Linnaeus' eigen aantekeningen, getuigend van die ijdelheid en zelfingenomenheid, heeft gepubliceerd, zegt in het voorwoord, dat men hem die publicatie heeft afgeraden, omdat ze de eerbied voor den groten natuuronderzoeker zou kunnen verzwakken. Hij zelf is daar echter niet voor bevreesd, omdat Linnaeus' ijdelheid zo naief en goedmoedig is, dat men er niet boos om wordt. Linnaeus had een enorm besef van eigenwaarde. Een vriend, die zich kritiek op zijn werk veroorloofde, ver-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's

1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 217

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's