1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 154
VICTOR VON WEIZSACKER f
127
Stamt de merkwaardige verbinding bij deze man van een sterk innerhjk gerichte wijsgerige instelhng en een voortdurende werkzaamheid op het empirische physiologisch medische gebied. In de jaren omstreeks 1920 maakt hij kennis met Max Scheler. Deze was in die tijd een zeer omstreden figuur. Zijn vele veranderingen en wisselingen op religieus gebied hadden hem een moeilijk leven bezorgd. Belangrijk is wat von Weizsacker over Scheler vertelt: hij meent dat de verklaring voor de enorme tegenstellingen in het leven van Scheler en zijn fantastische bewogenheid gezocht moeten worden in het feit dat Scheler zo goed als weerloos stond tegenover zijn eigen lichamelijkheid. Goethe duidt het onderscheid tussen mens en dier hiermee aan, dat de mens niet alleen leert van de eisen die zijn lichamelijkheid hem stelt, maar zelf ook deze eisen te beheersen weet. Bij Scheler was de verbondenheid met de lichamelijkheid zo intens, dat hij in dit opzicht meer ,,dier" dan mens was. Hierdoor maakte hij de indruk van een ruw mens te zijn, in wie echter een ongelooflijk tegenwicht van de geest aanwezig was. „Scheler war das geistigste Tier dass ich je gesehen", zegt von Weizsacker. De bewogenheid waarmede von Weizsacker nog na jaren hierover spreekt, wijst er wel op, dat het geestelijk georiënteerde vitalisme op hem een grote indruk gemaakt heeft. De verbinding van vitalisme en geest werd hem door Scheler a.h.w. voorgeleefd en telkens wanneer von Weizsacker zich uit deze spanning wilde terugtrekken door technisch-wetenschappelijk werk aan te vatten, kwam toch weer de diepere tegenstelling tussen leven en geest hem voor ogen. Dit heeft hem er toe gebracht, na zich een vrij korte tijd aan de interne geneeskunde gewijd te hebben, van 1917 tot 1944 de neurophysiologie als het centrale vak van onderzoek te beschouwen. Voor hem was deze neurophysiologie echter niet een zuiver technische aangelegenheid, maar hij kwam door het onderzoek van de reeds hierboven genoemde gebieden in aanraking met problemen, waarin de nauwe verbondenheid van dynamische vitaliteit en geest telkens weer tot uitdrukking komen. Het is dan ook niet te verwonderen dat de belangstelling van von Weizsacker vooral gericht bleef op problemen die ook in de psychopathologie en in de psychiatrie naar voren komen. Met zijn enorme wetenschappelijke belangstelling slaagde hij er in ook de psychopathologie en de psychotherapie binnen zijn sfeer te trekken. Door de interne geneeskunde was hij tot de overtuiging gekomen dat een medische antropologie noodzakelijk was, wilde men komen tot een dieper inzicht in de problemen van de neurotische aspecten der interne
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's