1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 293
S40
G. J. HOIJTINK
zo gecompliceerd dat geen exacte oplossing van de quantummechanische basisvergelijkingen mogelijk is en men zich moet getroosten met een meer of minder benaderde vorm van beschrijving. Bij het gebruik van dergelijke benaderingsmethoden is de keuze van het uitgangspunt van grote betekenis. De beste benadering is die, v^^elke zo nauw mogelijk aansluit bij de reeds bestaande experimentele gegevens. Voor het gebied van de chemie houdt dit in, dat men tenminste uitgaat van het reeds verworven inzicht in de structuur der te beschrijven verbinding. Vanzelfsprekend zal men voor de benaderde zowel als voor de exacte beschrijving dienen te weten uit welke deeltjes het te onderzoeken systeem is samengesteld. Voor de benaderde beschrijving zal men echter bovendien nog gebruik maken van de met experimentele middelen verkregen kennis omtrent de ruimtelijke rangschikking der atomen of ionen, hun onderlinge afstand, de richtingen der valenties, enz. Door het grote verschil in massa tussen elektronen en atoomkernen mag men bij benadering de beweging van elektronen en atoomkernen onafhankelijk van elkaar beschouwen. In die gevallen, waarin de eigenschappen worden bepaald door het gedrag van de elektronen, kan men daarom gebruik maken van een benaderingsmethode, waarin de beweging van de elektronen wordt beschouwd in het samengestelde veld van een star systeem van de volgens het gegeven structuurbeeld gelocaliseerde atoomkernen. Doch zelfs dan is het beeld in de regel nog veel te gecompliceerd om als uitgangspunt voor een quantummechanische benadering te dienen. Een volgende vereenvoudiging verkrijgt men door onderscheid te maken tussen die elektronen, die om de atoomkernen gelocaliseerd blijven en de zogenaamde valentie-elektronen, die tot de vorming van de binding tussen de atomen bijdragen, zodat men de beweging der bindingselektronen beschrijft in het door de overige elektronen afgeschermde veld der atoomkernen. De toepassing van deze benaderingsmethode heeft tot bevredigende resultaten geleid, vooral bij de beschrijving van het verband tussen eigenschappen en structuur der aromatische verbindingen. Hier kan men de valentie-elektronen nog weer onderverdelen in twee groepen, n.l. de o--elektronen die tot de vorming van de gelocaliseerde bindingen tussen de atomen bijdragen en de ^-elektronen die zich door het gehele systeem kunnen bewegen. Daar deze TT -elektronen praktisch niet van plaats verwisselen met de o--elektronen, kan men bij benadering het systeem van TT -elektronen afzonderlijk beschouwen. De beschrijving van deze systemen wordt bovendien nog vereenvoudigd door de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's