1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 55
DE ONTWIKKELING DER PHYTOPATHOLOGIE ALS WETENSCHAP i) door K. HARTSUIJKER Uit de titel van mijn bijdrage mag niemand opmaken dat ik het in 1956 nog nodig zou achten een pleidooi te voeren voor het goed recht van de phytopathologie zichzelf een aparte en zelfstandige tak van wetenschap te noemen. Die strijd beschouwen we immers als beƫindigd met een klinkende overwinning. Toch ligt de tijd nog betrekkelijk kort achter ons, waarin vooraanstaande figuren zich uitputten in argumenten, om aan te tonen dat de phytopathologie recht had op een behoorlijke plaats in de rij der wetenschappen, vooral ook in universitair verband. De eerste leerstoel in ons land, waarmee zij beloond werd, dateert pas van 1895, toen de Stedelijke Universiteit van Amsterdam Ritzema Bos opnam in de rij der hoogleraren. Of het zover zou zijn gekomen als niet enkele prominenten als Hugo de Vries en Oudemans zich hiervoor hadden ingezet, is aan gerechte twijfel onderhevig. En dat de positie van een apart phytopatholoog in die tijd nog maar zeer labiel was, bewijst het feit, dat de genoemde leerstoel vacant bleef tot 1930, nadat Ritzema Bos in 1906 naar Wageningen was vertrokken. Vermoedelijk waren enkele opmerkingen van Ritzema Bos zelf mede aanleiding hiertoe. Immers, in het verslag dat deze in 1906 schrijft bij zijn gelijktijdig aftreden als directeur van het Phytopathologisch Laboratorium Willie Commelin Scholten, geeft hij als zijn opvatting, dat de studie der phytopathologie alleen tot haar recht kan komen in het kader van een landbouwschool, omdat de universitair gevormde biologen te weinig praktisch geschoold waren. Hiermee dreigde de phytopathologie in Nederland gedegradeerd te worden tot een, zij het waardevol onderdeel van de landbouwwetenschap in het algemeen en was zij van de universitaire programma's verdwenen. Het was pas in 1917 dat Utrecht's universiteit de eer redde, in 1930 gevolgd door Amsterdam (S. U.). Naast dit alles speelt in vroegere jaren een merkwaardige problematiek, die velen deed onderscheiden tussen zuivere en toegepaste ^) Voordracht, gehouden op 3 november 1956 te Amsterdam in de biologische sectievergadering van het 4e Congres der Christelijke Vereniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's