1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 150
DE EERSTE MENS
123
eerste scheepsbouwer beschouwd te worden. Er zal wel meer een schip op de Eufraat gevaren hebben. Hieruit zou dan kunnen blijken, dat de emigratie van een of meer stammen naar Amerika tijdens deze periode mogelijk is geweest. Dat de zondvloed zou zijn samengevallen met het einde van een ijstijd, is zeker denkbaar. Bij deze zondvloed behoeft niet te worden aangenomen, dat deze zich over de gehele wereld heeft uitgestrekt en dat heel het toen levende mensengeslacht is ondergegaan. Wij staan immers bij het zondvloedverhaal niet allereerst voor een episode uit de wereldgeschiedenis, maar zeer bepaald voor een stuk heilshistorie, waarbij de stamvader van Jezus Christus op wonderlijke wijze van de ondergang is gered. Evenmin als ten tijde van Jezus' geboorte „heel de wereld" is beschreven (we zouden misschien beter kunnen denken aan heel de diaspora), evenmin behoeft bij de zondvloed heel de wereld te zijn ondergegaan. Immers de geslachtsregisters noemen ook alleen maar de mensen in de lijn van de heilshistorie, die dus betekenis hadden voor de komst van de Messias. De vele andere „zonen en dochters" en hun vele „zonen en dochters" worden niet eens genoemd en zij verdwijnen allen in de duisternis. Vele stammen kunnen zich dus reeds voor de zondvloed over de aarde hebben verspreid en daar overgelaten zijn aan de overleggingen van hun eigen hart. Zo behoeven ook de torenbouwers van Babel met hun spraakverwarring evenmin heel de toen levende mensheid te zijn, maar is het zeer goed mogelijk blijkens de tekst, dat dit zelfs maar een gedeelte van de nakomelingschap van Noach betrof. Alweer is dit verhaal niet gegeven om ons een historische verklaring van het onderscheid in rassen en talen te schenken. Hier zijn zaken aan de orde, die van grote betekenis zijn voor de heilsgeschiedenis. Als wij nu de zondvloed aan het einde van de laatste ijstijd zouden stellen, dan zou dit de vervulling kunnen zijn van Lamechs profetie. Doordat een warmteperiode eindelijk weer zijn intrede deed, was daardoor de mogelijkheid voor Noach geschapen, eindelijk een wijngaard te kunnen planten. Uit al het voorgaande is misschien de mogelijkheid naar voren gekomen, dat Adam nog juist voor het laatste glaciaal geschapen is, waar dan het ontmoetingspunt tussen de Schriftgegevens en de archaeologische vondsten gesteld zou kunnen worden. Dit zou dan betekenen, dat er welUcht 400.000 jaren antropoïden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's