1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 83
SCHEPPING IN DE MODERNE FYSICA
63
er mee aan te duiden alleen dat proces waarbij materie te voorschijn komt, of heeft het ook betrekking op de structuur van het heelal? Deze vraag wordt meestal niet beantwoord. Een derde opvatting over de oergeschiedenis van het heelal wordt aangeduid met de naam stationaire toestandstheorie. Deze, op vrij algemene overwegingen in 1948 door Bondi en Gold 6) gepropageerde opvatting, die door Hoyle ''') op grond van overwegingen, uitgaande van de algemene relativiteitstheorie, gesteund wordt, trekt sterk de aandacht; wat onze vereniging betreft kan ik hier verwijzen naar de in „Geloof en Wetenschap" gepubliceerde lezing van dr. W. J. A. Schouten over: Een kwarteeuw cosmologie s). Bij deze theorie wenst men, ondanks het uitdijen van het heelal, toch te komen tot een stationaire toestand, o.a. wat betreft dichtheidsverdeling. Dit is mogelijk door te veronderstellen dat er een steeds voortgaande creatie van nieuwe deeltjes, protonen, is, die bij condensatie nieuwe sterrennevels opleveren. Deze nieuwe nevels compenseren juist het verlies aan nevels die uit ons gezichtsveld verdwijnen. Zo construeert men dus een in stationaire toestand verkerend heelal, terwijl men toch met de eindige ouderdom van de sterren uitkomt. Dit heelal verjongt immers zichzelf. De continue creatie die voor deze verjonging nodig is, is maar gering, nl. 1 atoom per cm3 per IO12 jaar. Een dergelijke creatie zou langs andere weg niet te ontdekken zijn en is dus niet in strijd met de reeds gevonden fysische wetmatigheden. Van dit zich steeds verjongende heelal kan verondersteld worden dat het oneindig lang bestaat. Hoyle zelf laat er geen onzekerheid over bestaan wat hij als het grootste succes van zijn inderdaad zeer fraaie theorie beschouwt; dit is namelijk dat hij de schepping aan het begin, die niet toegankelijk was voor fysische beschrijving, heeft vervangen door een continue creatie. Hij meent dat een dergelijke continue creatie het fysisch verstand meer bevredigt. Opgemerkt moet echter worden dat het eigenlijke creatieproces ook bij Hoyle buiten de fysische beschrijving blijft staan; Hoyle zelf zegt hiervan dat we niet kunnen zeggen waarom materie geschapen wordt of waar deze vandaan komt, we kunnen alleen zeggen : als materie continu geschapen wordt, dan gaat het op deze wijze 9); en ergens anders verklaart hij: materie verschijnt zonder meer; ze komt nergens vandaan, ze wordt geschapen. Op het ene moment bestaan de atomen niet, het volgende moment wel 10). Bij hem blijft de continue creatie dus een geheimzinnig gebeuren, dat niet in overeenstemming is met de wet van behoud van massa en energie n ) . Anderen daarentegen hebben getracht ook het creatieproces wat verder te
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's