Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 342

4 minuten leestijd

285 werken leidt dan tot de conclusie, dat, teneinde iets te kunnen zeggen over de betekenis van het getuigenis der H Schrift met betrekking tot het wereldbeeld, het nodig is een universele, d i al die verschillende kennisgebieden bestrijkende, dus een wijsgerige theorie der Schriftuitleggmg te hebben, en daarvoor is nodig een universele levens- en wereldbeschouwing Echter niet alleen het probleem der Schriftuitleggmg, maar ook — en vooral ook — een verantwoorde beschouwing van het begrip „wereldbeeld" blijkt bij nadere analyse te vragen om zulk een levens- en wereldbeschouwing Het begrip „wereldbeeld" blijkt namelijk verschillende inhouden te kunnen hebben, in verschillende vlakken te kunnen liggen (de auteur spreekt m dit verband van de , relativiteit" van het wereldbeeld), m deze zm, dat bijvoorbeeld het moderne natuurkundige wereldbeeld m vergaande mate in het mathematischlogische vlak ligt (met een verlies van voorstelbaarheid), terwijl oudere wereldbeelden veel meer, of zelfs bijna uitsluitend, m het psychische vlak, d 1 m een wereld van bewustzijnsvoorstellingen, lagen Deze relativiteit van het wereldbeeld houdt reeds aanstonds de mogelijkheid m van een oplossing van het m de aanvang genoemde probleem, doordat ingezien wordt dat verschillende wereldbeelden, in plaats van strijdig, mcommensurabel kunnen zijn De schrijver gaat echter ver boven het bewuste probleem uit en ontwikkelt uitvoerig die wijsgerige levens- en wereldbeschouwing, waarin volgens hem geloof en wereldbeeld hun juiste plaats krijgen Het IS volstrekt ondoenlijk m het kader van deze boekbespreking te trachten de inhoud van schrijvers uiteenzettingen m hun breedte en diepte te schetsen Daartoe is bovendien de afstand die wij tot dit werk hebben nog te klem Het volgende draagt dan ook slechts een fragmentarisch karakter, ook wat betreft de te noemen bezwaren Als uitgangspunt stelt de auteur de scheppings-idee, welke „idee" (geen „begrip"') samenvalt met de

BOEKBESPREKING ,,grens-idee", zijnde de scheppingdoor-God identiek met de begrenzing van de kosmos ten opzichte van God In deze idee wordt de kosmos principieel als éénheid gezien en ZIJ hoort dan ook thuis m wat schrijver de „externe" beschouwing van de kosmos noemt, welke beschouwing niet door ervaring maar door de openbaring wordt bijgebiacht Daartegenover staat de op ervaring rustende „intern"-kosmische beschouwing, welke de kosmos juist m zijn uiteengestelde bestaanswijze doet zien Hier voert schrijver het begrip der ,,dimensies" van de kosmos in, een begrip dat nauw verwant is aan de modale aspecten of wetskrmgen van de wijsbegeerte der wetsidee Op de plaats der veertien wetskrmgen of modale aspecten stelt schrijver even zovele dimensies van de kosmos HIJ gebruikt hier bewust een ruimtelijk beeld Zoals m een ruimtelijk lichaam elk der ruimtelijke dimensies het gehele lichaam doortrekt, zo doortrekt elk der veertien kosmische dimensies de gehele kosmos En zoals men, schouwende volgens één bepaalde dimensierichting m de ruimte, al de andere dimensies voor zich uiteengesteld ziet, zo „ziet" men, als men de kosmos volgens eén bepaalde dimensie beschouwt, de kosmos in de dertien andere dimensies uiteengesteld Met het oog hierop gebruikt schrijver dan ook, naast het woord „dimensie", veelvuldig het woord ,,wereld" en spreekt dus van de veertien werelden de wereld van het arithmetische, die van het geometrische, die van het physische, die van het geometrische, die van het physische, die van het biotische, die van het psychische, die van het logische, die van de cultuur (het historische), die van het symbolische, en zo voort, met als uiterste de wereld van het geloof. De hier gevolgde rangorde der werelden stelt de auteur echter — overeenkomstig de gedachte van r m m telijke dimensies, doch zulks in tegenstelling tot de wijsbegeerte der wetsidee — met als een kosmische orde, doch alleen als een logische orde „Nu grijpt de openbaring de schepping m elk der kosmische w e -

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's

1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 342

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's