1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 324
DE TOELAATBAARHEID VAN KLEINE STRALINGSDOSES
267
In 1936 werd in de Verenigde Staten de grens teruggebracht tot 0,6 r per week. In 1950 werd door de Internationale Commissie voor Radiologische Bescherming een maximaal toelaatbare dosis van 0,3 r per week aanbevolen. In deze verlagingen komt het inmiddels verworven inzicht tot uiting, dat geringe, doch voortgezette bestraling op de duur veranderingen in levende organismen teweeg kan brengen. Hoewel niet onomstotelijk vaststond dat deze veranderingen noodzakelijkerwijze schadelijk zijn, heeft men het zekere voor het onzekere genomen. Kort geleden zijn in de Verenigde Staten de aanbevelingen opnieuw gewijzigd en wel in deze zin dat nu ten eerste personen beneden 18 jaar in het geheel niet te werk gesteld mogen worden in functies, waarin zij aan bestraling bloot staan en ten tweede dat op geen enkele leeftijd de totale dosis op de voorplantingsorganen groter mag zijn dan het aantal jaren sinds het achttiende levensjaar vermenigvuldigd met 5 r. Voor een werknemer van 30 jaar bijvoorbeeld mag dus de totale geaccumuleerde dosis op de voortplantingsorganen niet groter zijn dan (30—18) X 5 = 60 r. Hierbij worden speciaal de voortplantingsorganen genoemd met het oog op de mogelijkheid van erfelijke gevolgen van bestraling van deze organen. Hierop komen wij later nog terug. Nadrukkelijk moet vermeld worden, dat de genoemde getallen betrekking hebben op werknemers die door hun functie aan bestraling blootstaan. Voor groepen van personen echter, die bij hun werk niet met straling in aanraking komen, maar die, bijvoorbeeld door verspreiding van radioactief materiaal in de omgeving van een kernreactor, niettemin een bestraling ondergaan, heeft de reeds genoemde Internationale Commissie aanbevolen de grenzen nog een factor 10 naar beneden te verleggen, tot een toelaatbaar maximum dus van 0,03 r per week voor ongelimiteerde tijd. Op het eerste gezicht moge het verwondering wekken dat voor werknemers een andere norm aangelegd wordt dan voor de bevolking in het algemeen, omdat het lijkt alsof hiermee voor werknemers bij de kernenergie een groter risico aanvaard wordt. Dit is echter geenszins het geval. De overwegingen die tot het vaststellen van de lage „bevolkingsdosis" geleid hebben, zijn de volgende: a) Werknemers kunnen niet meer dan 40 a 45 jaar aan straling blootgesteld zijn. Door verandering van functie is deze tijd meestal zelfs aanzienlijk korter.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's