1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 61
DE ONTWIKKELINIG DER PHYTOPATHOLOGIE
45
de schimmel is en niet een product van de plant. De afsluiting van deze periode van mycologisch werk vormt wel het bijzonder goede werk van de gebroeders Tulasne, omstreeks 1850, over roesten, branden, moederkoren en meeldauw. Maar wat de mycologische systematici verrichten, bereikt blijkbaar de phytopathologen niet. Dit is wel begrijpelijk omdat deze van huis uit vaak physioloog zijn, maar toch is de basis al gelegd voor revolutionaire veranderingen, zodra er maar een grote figuur komt, die weer het hele terrein kan overzien en bereid is nieuwe wegen in te slaan. En deze komt dan ook vrij spoedig. Er zijn zelfs twee figuren aan te wijzen, die als baanbrekers optreden: Anton de Bary, die in 1853 zijn boek „Die Brandpilze" uitgeeft, en Julius Gotthelf Kühn, die in 1858 een handboek geeft: „Die Krankheiten der Kulturgewachse, ihre Ursachen und ihre Verhütung". Intussen is de praktische kant van de bestrijding van plantenziekten de mensheid niet ontgaan. Het ernstig epidemisch optreden van de aardappelziekte in heel Europa, doch in het bijzonder in Ierland in de veertiger jaren, heeft enorme maatschappelijke en sociale gevolgen en de strijd tegen dit soort plagen blijkt meer dan ooit geboden. Want ondanks veel mooie beschrijvingen en allerlei mycologische boeken, beschikt men in die tijd niet of nauwelijks over bestrijdingsmiddelen. Men schept het zaad om met kopersulfaat en stuift wat zwavel tegen meeldauw, doch daar blijft het bij. Tegen epidemics als hiervoor genoemd staat men volmaakt machteloos. De hongersnood wordt akelige realiteit en de Ieren weten zich slechts te redden door een massale emigratie, waarvan de gevolgen tot vandaag nog zijn aan te wijzen. Het doet wat tragisch aan als we zien hoe men zich in die tijd uitput in discussies over de vraag waar toch die aardappelziekte vandaan kwam. Men zoekt de oorzaak in de aardappel zelf, doch sommigen moeten tot hun verbazing bemerken, dat overgebleven poters het volgend jaar het aanzijn geven aan gezonde planten. In Engeland, waar deze epidemie ernstige economische gevolgen had, is echter de grote mycoloog en theoloog Berkeley onvermoeid bezig om de philosopherende tinnegieters tot andere gedachten te brengen. In 1846 publiceert hij een artikel over de „potato murrain", de schimmel beschrijvend als Botrytis infestans Montagne. Maar tot een bestrijding komt hij niet, evenmin als de Bary in zijn klassieke werk over deze ziekte (1861). De koperbespuitingen moeten nog wachten tot Millardet in 1882 in Frankrijk een vondst doet, die van enorme betekenis zal
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's