1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 87
SCHEPPING IN DE MODERNE FYSICA
67
wetenschappen. Immers, geeft men aan de periode van de onderhouding een stationair karakter, dan is er geen plaats voor ontwikkelingen waarbij nieuwe verschijnselen naar voren komen. We komen dan in de sfeer van de mensen die op het gebied van de biologie de constantheid van de soorten poneren. Ook voor het gebied van de fysica heeft een dergelijke stationaire opvatting ernstige gevolgen. Gaat men van deze gedachte uit, dan zal men moeite hebben met de idee dat het de mens gelukt is elementen te maken die op deze aarde niet voortkomen en die een aanvulling vormen op de rij der natuurlijke elementen. Men zal het wellicht ook moeilijk hebben met de gedachte dat materiedeeltjes kunstmatig kunnen worden gemaakt en men zal zich zeker niet kunnen vinden met de idee dat het de mens zou gelukken materiedeeltjes te produceren die in de natuur in het geheel niet voorkomen. Evenmin zal men gelukkig zijn met de theorie van Bondi en Hoyle over de continue creatie van protonen; immers volgens deze theorie zou de totale hoeveelheid materie in het heelal steeds toenemen. Evenmin als op andere vakgebieden zal deze stationaire opvatting in staat zijn de ontwikkeling op fysisch gebied te beschrijven. Ik geloof daarom dat wij er goed aan doen deze scherpe scheiding tussen schepping en onderhouding niet te maken, maar veel meer het accent te leggen op de eenheid van Gods werk met deze kosmos, dat nog steeds doorgaat in de ontsluiting van het geschapene. Behalve de scheiding die we reeds afwezen, is er nog een andere scherpe onderscheiding te maken die eveneens ernstige gevolgen heeft. Men kan nl. ook scherp onderscheiden tussen de schepping in de beginne en wat geschiedde in het kader van de zes scheppingsdagen. Men stelt het dan zo dat in de beginne vormloze materie uit niet geschapen is en dat de daarop volgende periode, die dan als zes scheppingsdagen is beschreven, diende voor de vormgeving. Sommigen, o.a. Galvijn i''), stellen de tegenstelling tussen het ontstaan van de vormloze materie en de latere vormgeving zo scherp, dat zij het begrip scheppen alleen voor de eerste fase reserveren en dus voor de vormgeving het woord scheppen niet wensen te gebruiken. Tegen deze scherpe scheidingen bestaan verschillende bezwaren. Allereerst correspondeert deze niet met het bijbels spraakgebruik. Immers bijv. in Gen. 1 : 21 wordt bij het ontstaan van de zeedieren ook over scheppen gesproken; Calvijn gaat dan ook uitvoerig op deze tekst in en meent dat dit scheppen terug ziet op de oermaterie waaruit deze dieren gevormd zijn. Een andere merkwaardigheid van deze opvatting is dat men er de oude tegenstelling vorm—materie in terug vindt die van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's