1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 322
DE TOELAATBAARHEID VAN KLEINE STRALINGSDOSES
265
De volgende overwegingen kunnen ons een antwoord op deze vragen verschaffen. In het algemeen heeft men het gevoel dat men zich tegen straling veel moeilijker kan beschermen dan tegen andere gevaren van de techniek. De straling van een kernreactor kan men weliswaar afschermen door dikke muren, maar de radioactieve afvalstoffen kunnen via bodem, planten en dieren in voedsel geraken of via de lucht in de longen terecht komen en de mens van binnen uit bestralen zonder dat hij het bemerkt. Met geen enkele methode is het radioactieve vergif in voedsel of water te neutraliseren. Koken of verbranden helpt niet. Alleen door de eigen desintegratie-constante wordt het tempo bepaald waarin van elke radioactieve atoomsoort het gevaar vermindert. Het probleem is bijzonder complex; er zijn verscheidene soorten straling en bovendien verscheidene soorten radioactieve stoffen. Elke straling en elke stof heeft eigenschappen die verschillend zijn van die der overige. Voor een lekkende gaskraan wendt men zich tot een gasfitter, bij een vermoeden van radioactiviteit moet een .,geleerde" te hulp geroepen worden. Daar komt dan nog bij het besef dat de gevolgen van het experimenteren der huidige fysici wellicht pas in het nageslacht ten volle tot uiting zullen komen. Inmiddels is het probleem niet meer gelokaliseerd tot de landen die bij de ontwikkeling der kernenergie betrokken zijn. Door de proeven met kernwapens is de gehele aardbodem in meerdere of mindere mate met kunstmatige radioactiviteit besmet. Sommige deskundigen blijken dit volkomen ongevaarlijk te achten, andere deskundigen houden niet op te waarschuwen. Het lijkt alsof de politieke opvattingen het oordeel over het gevaar van de besmetting bepalen en het spreekt vanzelf dat dit niet weinig tot de heersende ongerustheid bijdraagt. Dikwijls is de aan de dag gelegde ongerustheid over de verspreiding van radioactief materiaal en de gevolgen van deze verspreiding overdreven. Toch heeft de vrees voor straling haar goede zijden. Deze vrees is immers een stimulans te meer voor een grondige bestudering van de mogelijke effecten van straling en de bescherming ertegen, voordat door onverantwoord hanteren van radioactief materiaal schade wordt aangericht. Daar iedere mismaakte kikker in de omgeving van een kernreactor door het grote publiek vermoedelijk als een bewijs voor het gevaar van straling beschouwd zal worden, is het wenselijk flora en fauna in een reactorvestigingsplaats zorgvuldig te bestuderen en aantekening te houden van de kwaliteit en de kwantiteit van de in de omgeving verspreide radioactieve stoffen, ook wan-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's