1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 158
VICTOR VON WEIZSACKER f
131
wortelende problematiek van de verhouding object-subject en representeert de Gestaltkreis niet alleen de verbinding van beide tegenovergestelde werelden, maar ook een hele wereld van spanningsverschijnselen, die optreden tussen subject en object. Von Weizsacker introduceert hier tal van antinomieën, statisch-dynamisch, eindig-oneindig, dwang-vrijheid, kosmos en chaos, alle antinomieën, die voor von Weizsacker van groot belang zijn en die veel dieper reiken dan alleen de biologische problematiek. Ongeveer vanaf 1940 houdt hij zich voortdurend bezig met deze antinomische categorieën, die hij samenvat onder de naam „pathisch". Hij wil zich losmaken van het vitalisme en ziet op het voetspoor van Scheler een diep ingrijpende tegenstelling tussen vitalisme en spiritualisme. Hij wil niet voor een van deze beide kiezen. Als medicus kan hij de vitaliteit niet verloochenen en als christeüjk denker wil hij zich niet tegen de geest keren. Voor von Weizsacker behoren juist het gespletene, het ongedetermineerde en het antilogische bij uitstek bij het menselijk bestaan en hij heeft dit met toenemende radicaliteit trachten duidelijk te maken. Voor velen ging hij hierin te ver en zijn „Pathosophie" vond dan ook niet al te veel weerklank. Ik meen echter dat de gedachten die daarin naar voren gebracht worden, antropologisch gezien, van waarde zijn, en ik wil dit overzicht over zijn leven en werken afsluiten met enkele opmerkingen over von Weizsacker's medische antropologie, zoals die vooral in zijn „Pathosophie" gegeven wordt. Von Weizsacker gaat uit van de stelling dat men het ziekzijn het best kan begrijpen wanneer men zich het leven voorstelt als een voortdurende strijd met de ziekte. Gezonde tijden zijn alleen voortzettingen van deze oorlog met andere middelen. Wanneer men een zintuig had dat speciaal openstond voor het ziekelijke, dan zou men dit voortdurende ontstaan van het gezonde als afweer tegen het zieke het best kunnen begrijpen. Wie zich voor volkomen gezond houdt, is slechts blind voor het pathologische en men kan het zieke niet uit het gezonde afleiden, maar moet proberen het gezonde te zien uit het zieke. Als centraal begrip van dit zieke tracht von Weizsacker te putten uit de voortdurende stroom van belevingen die uit de hchamelijkheid opstijgt. Een slechte stemming, een apathische toestand, een slapeloze nacht, men kan ze alleen zien vanuit de weerstand die geboden wordt aan het andere, het dreigende. Von Weizsacker gebruikt hier het woord „Widerwartigkeit". In onze psalmberijming is het woord „wederwaardigheid" ook ten nauwste verbonden met het begrip ramp.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's