1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 119
HET PROBLEEM DER BEVOLKINGSVERMEERDERING *) door J. A. VAN DER HOEVEN Sinds menselijke geschiedenis bekend is, is gebleken dat er altijd een strijd is geweest om het bestaan. Eerst om het blote leven — eten en drinken — dan om de rechten op de bodem. De mens heeft zich een terrein toegemeten aanvankelijk alleen om er een tijdje rustig zijn eenvoudig maal te kunnen verorberen, naderhand om zich een jachtveld te verzekeren, waar hij zijn voedsel kon bemachtigen. Wanneer men de oudste, ons bekende illustraties uit de mensheidsgeschiedenis, de beroemde tekeningen in de grotten van Mas d'Azil, v. Altamira, Lascaux (Frankrijk) beziet, dan komt men zeker niet alleen onder de indruk van de artisticiteit der eerste mensen, maar evenzeer wordt men geboeid door de jachttaferelen, en men is verbaasd hoe met primitieve middelen de mensen kans zagen hun voedsel te verkrijgen. Maar met het streven naar een gedeelte bodem — levensruimte —, kwam noodzakelijk de onderlinge strijd naar voren, alweer in de eerste plaats om het bestaan te verzekeren of te verbeteren van zichzelf en zijn stam. Die strijd ontbrandde zeer zeker ook om andere redenen, niet het minst om te roven en moorden, meestal uit religieuze dwanggedachten. Het kannibalisme en het koppensnellen bij sommige nog diep weggedoken volksstammen is tot de huidige dag een uitloper van deze allereerste strijd tussen de mensen onderling. Het gevolg van deze strijd — hetzij het ging om de blote voedselbehoefte, hetzij om meer overwicht te hebben door het nemen van de geest van de vijanden — was : — men moet dit toegeven — een „survival of the fittest". Men zou kunnen zeggen: een natuurlijke selectie, maar ook een natuurlijke inperking van de toename der populatie. Deze toename der populatie werd nog op andere wijze geremd en wel door de vele ziekten, die de mens hebben belaagd vanaf de eerste tijden. De geschiedenis maakt melding van pestilenties, die honderdduizenden wegmaaiden, maar men moet aannemen, dat ook in de praehistorische tijden deze geweldige natuurlijke inperkingen der bevolking *) Voordracht, gehouden op 3 november 1956 te Amsterdam in de medische sectievergadering van het 4e Congres der Christelijke Vereniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's