1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 330
DE TOELAATBAARHEID VAN KLEINE STRALINGSDOSES
273
slachtscellen, maar ook voor andere cellen van het lichaam. Mag men hieruit nu ook zonder meer concluderen, dat de waarneembare makroscopische schade evenredig is met de stralingsdosis? Zeker niet! Daarvoor is de wederzijdse beïnvloeding van de cellen en de organen in het lichaam te ingewikkeld. Bij de inductie van tumoren bijvoorbeeld zijn zeker in een groot aantal gevallen nog andere factoren in het geding. Noch de spontaan optredende tumoren, noch de stralingstumoren (welke meestal van de spontane niet te onderscheiden zijn) mag men zonder meer uit een „somatische mutatie" verklaren. Ondanks de uitgebreide literatuur over het effect van straling op levende organismen is nog slechts zeer weinig bekend over de fundamentele processen, die het verloop van de stralingsbeschadiging bepalen. De genoemde overwegingen leiden er echter toe rekening te houden met de mogelijkhid, dat iedere bestraling een kans op nadelige gevolgen voor de gezondheid van de bestraalde persoon met zich meebrengt, al is deze kans voor lage stralingsdoses zeer gering, getuige het feit dat men tot nu toe bij een handhaving der normen geen enkel empirisch bewijs voor schadelijke gevolgen heeft kunnen vinden. In het algemeen zijn delende weefsels het meest gevoelig voor beschadiging door straling. Dit is waarschijnlijk te verklaren uit de omstandigheid dat ten eerste bij het delingsproces een cel als het ware al zijn krachten moet inspannen om zichzelf te reproduceren, waarbij een opgelopen beschadiging gemakkelijk tot uiting komt en dat ten tweede bij een groot aantal opeenvolgende delingen een beschadiging in de chromosomen gemakkelijk de gelegenheid krijgt zich over een groote populatie van cellen, uit de beschadigde cel ontstaan, uit te breiden. Een van de gevoeligste organen is daardoor het bloedvormend weefsel, dat zich grotendeels in het rode beenmerg bevindt. Hierin worden de bloedcellen, die een vrij korte levensduur bezitten, voortdurend vervangen. Volgens sommige onderzoekers zijn dan ook veranderingen in de cellulaire samenstelling van het bloed reeds aan te tonen bij een gedurende enige jaren voortgezette bestraling met de toelaatbaar geachte dosis van 0,3 r per week. Hoewel er geen aanwijzingen zijn dat deze veranderingen schadelijke gevolgen kunnen hebben, is dit feit toch een van de redenen, waarom men niet alleen deze dosis niet moet overschrijden, maar ook moet trachten er zo veel mogelijk onder te blijven. — In jonge kinderen en embryonen bevinden zich uiteraard relatief veel delende cellen. Dit verklaart de grotere gevoeligheid voor stralingseffecten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's