1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 48
32
P. GROEN
die de rectoren der verschillende universiteiten en hogescholen in Nederland bij de rectoraatsoverdrachten hebben uitgesproken. — Is het nodig een opsomming van zulke besognes te geven? Daar zijn : allerlei organisatorische en administratieve zaken, „coördinatie" en „overkoepeling", commissies, conferenties — nationaal èn internationaal —, rapporten met „streefdata" (ook zo'n modern begrip!), spreekbeurten, enz. enz. Gevolg: volle agenda's (waarop hier en daar zelfs óók het gezin een plaatsje krijgt!). En wat erger is: dit alles gaat ten koste van het creatief bezig zijn. Op den duur wordt deze frustratie in de creativiteit bij velen als een onbestemd gevoel van onvrede ervaren. Ik heb hier min of meer gegeneraliseerd, dat weet ik wel (industriële researchwerkers bijvoorbeeld zijn, in de lagere regionen, beter af). Maar de onrust is er. Inmiddels — deze onrust en onlust zullen wel voor een deel overgangsverschijnselen zijn. We zouden ook kunnen spreken van groeiverschijnselen. Bij de ongelijkmatige groei van de verschillende sectoren van de menselijke samenleving, een ongelijkmatigheid in de groei die sterk bevorderd is door de ingreep van de tweede wereldoorlog, is het onvermijdelijk dat er bepaalde spanningen optreden in de samenleving en ook de wetenschappelijke wereld voelt die spanningen als een onrust en gejaagdheid. Om dit nader te preciseren zouden we in de eerste plaats kunnen wijzen op bepaalde lokale omstandigheden, zoals b.v. voor Nederland ; de overbevolking der universiteiten, veroorzaakt door de sterke toeloop na de oorlog, welke overbevolking een woningnood tegenover zich vindt die natuurlijk niet bevorderlijk is voor een snelle uitbreiding van de beschikbare ruimte. Naast die overbevolking staat aan de andere kant een onderbezetting van de wetenschappelijke staf, die ook alweer niet gemakkelijk uit de wereld te helpen is, dank zij wat men tegenwoordig noemt de „willige arbeidsmarkt" en met name de concurrentie van de industrie inzake de aanwerving van wetenschappelijke krachten. In meer algemeen verband zien we hier aan de ene kant de steeds toenemende eisen van de economie en met name de steeds toenemende vraag van de industrie om wetenschappelijke research en aan de andere kant de eigen aard van het zuiver wetenschappelijk onderzoek en van de universiteiten, waar dat zuiver wetenschappelijk onderzoek toch nog steeds zijn voornaamste centrum vindt. Deze steeds toenemende vraag naar wetenschappelijke research kan door de in-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's