1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 291
238
G. J. HOIJTINK
omtrent de structuur der moleculen, terwijl voor de vloeistof en vaste toestand, waar de quantisering der rotatie-niveaus practisch volledig wordt uitgewist door de onderlinge wisselwerking der moleculen of ionen, de dielektrische eigenschappen gemeten kunnen worden. De elektronspinresonantie-spectrometrie is een tweede voorbeeld van de toepassing van radargolven. Deze methode biedt waardevolle perspectieven voor het onderzoek aan paramagnetisch stoffen en wel in het bijzonder voor het onderzoek aan systemen met een oneven aantal elektronen. Het gebied van de korte radiogolven vindt toepassing in de kernspinresonantie-spectrometrie, een onderzoekingsmethode die zich zeer goed leent voor het onderzoek van de structuur der verbindingen en van het mechanisme van chemische reacties. Ook op elektrochemisch gebied heeft de ontwikkeling van de elektronica grote diensten bewezen, o.a. voor het onderzoek van elektrode dubbellagen en voor het meten van ionengeleiding bij hoge frequenties. Als laatste voorbeeld wil ik noemen het onderzoek met behulp van elektronenstralen, waarbij de vrije elektronen in directe zin worden gebmikt voor het onderzoek naar de structuur der materie. De hier geschetste ontwikkeling op instrumenteel gebied onder invloed van de elektronica heeft niet uitsluitend betekenis gehad voor het fysisch-chemisch onderzoek in engere zin. Dank zij de mogelijkheid om meetapparatuur uit de handel te betrekken, hebben veel fysische methoden toepassing gevonden in organisch-chemische, analytischchemische en biochemische laboratoria. Met name geldt dit voor spectro-fotometers voor het zichtbare en ultraviolette golflengtegebied en voor infraroodspectrometers. Deze instrumenten behoren thans reeds tot de standaarduitrusting van menig chemisch researchlaboratorium. Het is te voorzien, dat binnen enkele jaren ook de elektronspinen kernspinresonantiespectrometers een onmisbaar onderdeel van het instrumentarium der chemische laboratoria zullen vormen. Hoe belangrijk deze ontwikkeling op instrumenteel gebied in het algemeen moge zijn, voor de fysisch-chemische laboratoria der Universiteiten werpt ze ernstige problemen op. Men kan van de student die wordt opgeleid tot fysico-chemicus en van wie deze opleiding toch reeds zoveel tijd vergt, moeilijk eisen, dat hij zich nu bovendien nog in de elektronica zal gaan verdiepen. Het gevolg hiervan is, dat men voor de ontwikkeling van nieuwe apparatuur is aangewezen op een klein aantal mensen, die zich via radio-amateurisme een meer of minder diepgaand inzicht in de elektronica hebben verworven, tenzij men
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's