Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 238

2 minuten leestijd

DE THEORETISCHE CHEMIE IN RUSLAND

195

interactie tussen de positief geladen atoomkernen en de negatief geladen elektronen. Zelfs voor het eenvoudige waterstofmolecule, dat bestaat uit twee protonen en twee elektronen, kon men niet tot een verklaring komen van de grote hoeveelheid energie, die door de binding van twee waterstof atomen vrij komt, terwijl toch voor het waterstof atoom zulk een prachtige overeenstemming met de experimenteel gevonden eigenschappen werd verkregen. De oplossing voor dit probleem werd in 1926 door Schrödinger '^) gegeven. De klassieke deterministische beschrijving van de zeer kleine deeltjes als elektronen en atoomkernen maakten plaats voor de beschrijving met behulp van waarschijnlijkheidsfuncties. In 1927 reeds pasten Heitier en London '') de nieuwe theorie met succes toe voor de beschrijving van de binding in het waterstof molecule. Daar van dit probleem geen exacte oplossing mogelijk was, maakten zij gebruik van een benaderingsmethode, waarin de golffunctie, die de beide elektronen in het waterstof molecule beschrijft, wordt beschouwd als een lineaire combinatie van de golffuncties der beide grensstructuren, nl.:

Iji = (^0). (p (2)

; V

= (D(2).(^ci)

zodat

waarbij in dit geval de coëfficiënten c^ en C2 gelijk zijn in verband met de symmetrie der beide grensstructuren t.o.v. de kernen A en B. In de eerste grensstructuur behoort elektron 1 uitsluitend bij de kern A en wordt beschreven door de golffunctie Q ^. In de tweede grensstructuur behoort 1 bij B en 2 bij A. Voert men, uitgaande van deze benaderingsfunctie, berekeningen uit, dan blijkt, dat de energie van het systeem aanmerkelijk lager is dan die der beide grensstructuren. In het algemeen kan men zeggen, dat de energie-inhoud kleiner zal zijn, naarmate de energieën van de grensstructuren minder verschillen en het aantal van deze structuren groter is. Slater en Pauling '^) hebben deze benaderingsmethode toegepast bij de beschrijving van de aromatische verbindingen. Beschouwt men de beide Kekulé structuren van het benzeen molecule als grensstructuur, dan levert de quantummechanische benadering als resultaat een systeem, dat beschreven kan worden door een superpositie van de golffuncties der beide grensstructuren en dat een energie-inhoud heeft,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's

1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 238

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's