1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 329
272
JOH. BLOK
röntgens, die bij diagnostische bestraling van de buik bij zwangere vrouwen in de vrucht afgegeven wordt, een verhoogde kans op leukemie of andere maligne afwijkingen bij het kind tengevolge hebben. Ook dit staat echter nog niet definitief vast. We komen nu terug op de reeds eerder opgeworpen vraag: is er een drempelwaarde voor tumorinductie door bestraling of brengt iedere bestraling een kans op tumorontwikkeling met zich mee? We formuleren deze vraag voorlopig algemener als volgt: is er een drempelwaarde voor de beschadiging van levende organismen door bestraling? Bij de beantwoording van deze vraag richten we onze aandacht eerst nogmaals op de genetische effecten. Door middel van proeven met bananenvliegjes heeft men aangetoond, dat het aantal teweeggebrachte mutaties evenredig is met de stralingsdosis, althans boven een dosis van 25 r. Om bij nog lagere doses stralingsmutaties aan te tonen heeft men zulke grote aantallen vliegjes nodig, dat het experiment niet uitvoerbaar meer is. Men zou zich nu kunnen voorstellen, dat bij bestraling een zekere hoeveelheid energie aan een levende cel afgegeven wordt en dat, zolang deze energie maar beneden een zekere drempelwaarde blijft, geen beschadiging optreedt. Deze voorstelling is echter onjuist, omdat de stralingsenergie niet gelijkmatig over de cel verdeeld wordt, maar in discrete hoeveelheidjes van gemiddeld ongeveer 100 elektronvolt afgegeven wordt. Het is gemakkelijk te berekenen dat een dosis van 25 r overeenkomt met ongeveer één zo'n energiehoeveelheidje per 60 000 000 kubieke millimikron. Wordt nu door een dosis van 25 r een mutatie teweeggebracht, dan betekent dit, dat een gen (een klein onderdeel van een chromosoom met een volume van de orde van 100 a 1000 kubieke millimikron) getroffen wordt, dat drager is van de onderzochte eigenschap. Eén treffer is dus kennelijk voldoende, want de kans op een tweede tref^or is, gezien de volumeverhoudingen, wel bijzonder klein. Een dosis van minder dan 25 r heeft dan alleen tot gevolg dat de kans op een treffer kleiner wordt. Aan het mechanisme van de beschadiging verandert niets. In deze redenering is dus geen plaats voor het begrip „drempelwaarde". Men neemt dan ook aan, dat de evenredigheid tussen dosis en aantal geïnduceerde mutaties gehandhaafd blijft bij zeer lage stralingsdoses, ja zelfs bij de natuurlijke straling, waaraan ieder individu blootgesteld is. Het beschreven mechanisme geldt uiteraard niet alleen voor ge-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's