1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 172
BOERHAAVE ALS CHRISTEN
141
als een kunstlicht. De roemrijke arts staat in de XVIIIe eeuw als een groot getuige der ziel" n ) . De man van medische wetenschap Men kan, naar het mij voorkomt, niet zeggen, dat Boerhaave een machtige poging heeft gedaan zijn medisch-wetenschappelijke gedachten onder te brengen in een grootse conceptie van een Christelijke visie op wereld en leven. Hij was een gelovig man en denker, maar op medisch gebied werd schier al zijn aandacht opgeëist voor de natuurwetenschappelijke zijde van de geneeskunde. En het is juist zijn grote verdienste, dat hij in dien tijd het geneeskundig onderricht, dat te voren nog te veel was blijven hangen in theoretische bespiegelingen, systematisch in dien geest heeft hervormd. Juist zo is hij de „praeceptor Europae" geworden. In Boerhaaves tijd heersten er op geneeskundig gebied stelsels met vurige aanhangers. Ook Boerhaave heeft zich tot zulk een stelsel bekend; al bleek hij later meer en meer een eclecticus te zijn. De stelsels, die in dien tijd om den voorrang streden, waren het iatro-chemisme en het iatro-mechanismc. Zijn grote voorganger Frangois de Ie Boë Sylvius (1614—1672) was iatro-chemicus geweest, en had aldus het begrip voor alle gebeuren in het organisme gezocht op de basis der scheikunde 12). Daartegenover had Boerhaave er geen twijfel over gelaten, dat hij iatro-physicus was. Naar zijn overtuiging moest men de processen in het lichaam trachten te verklaren en te doorgronden met behulp van de kennis der natuurkunde. Dat had hij duidelijk betoogd in een rede door hem op 24 september 1703 gehouden, naar aanleiding van het feit, dat Curatoren hem, als beloning voor het bedanken voor een professoraat te Groningen, de het eerst openvallende plaats in de Medische Faculteit hadden toegezeg, onder verhoging van zijn salaris van ƒ 400.— tot ƒ 600.— per jaar. Deze oratie noemde hij: De tisii ratocinii mechanici in medicina (over het gebruik van de werktuigkundige redenering in de geneeskunde). Gelukkig maar, dat hij later deze werktuigkundige, mechanische redenering in eigen denken niet zo centraal heeft gesteld, doch veeleer zich dagen en nachten met scheikundige proeven heeft afgetobd — een hoogleraar, sinds 1719 ook in de scheikunde, trouwens niet onwaardig. In zeker opzicht vertonen sommige zijner opvattingen toch een zekere verwantschap met die van Descartes (1596—1650). Al had Boerhaave een spiritualistische opvatting van den mens en zijn ziel, hij is
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's