1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 52
P. GROEN
36
leving. Het betekent een onomkeerbare verschuiving van het evenwicht tussen vrije wetenschapsbeoefening en gerichte wetenschap naar de kant van de laatste, de gerichte wetenschap. Dit feit vindt z'n weerslag ook in de structuur ;van het Hoger Onderwijs, dat steeds meer opleiding, „training" wordt — althans in de natuurwetenschappen. En in het verlengde hiervan ligt het tegenwoordige spraakgebruik van ,,scientific man-power", een uitdrukking die tekenend is voor de situatie. Ook kan ik in dit verband nog vermelden de enige jaren geleden door een Engels hoogleraar gegeven definitie van „science" : Science is the means of obtaining practical mastery over nature through understanding it. Dus niet een weg naar kennis, maar een weg naar macht! Hoe gevaarlijk een dergelijke interpretatie is, is duidelijk. Alles gaat er dan van afhangen, wie die macht in handen heeft en: hoe en voor welke doeleinden die macht wordt gebruikt. Hier treedt de verantwoordelijkheid van ons als Christenen naar voren. 4.
Geloof en wetenschap in deze tijd
Het staat voor ons vast dat de problematiek die de wordende wereld ons voorlegt, vraagt om bezinning bij het licht van het Evangelie, een bezinning die wij niet aan commerciële leiders en politieke leiders kunnen overlaten en ook niet aan cultuurfilosofen, sociologen en technici van allerlei slag. Immers, wij zijn er als beoefenaren der natuurwetenschappen zelf bij betrokken en daarom hebben wij onze Christelijke verantwoordelijkheid in dezen; een verantwoordelijkheid die om Christelijke bezinning vraagt. Onze statuten spreken immers niet alleen over de beoefening der wetenschap, maar ook over het gebruik der wetenschap, als terrein waarop onze Vereniging een taak heeft. Wij moeten niet denken dat het geloof meer te maken heeft met de wetenschap als zodanig dan met het practische gebruik er van! Ons geloof is niet verstandelijk, doch centraal menselijk en heeft dus met al onze menselijke uitingen te maken. — En de tijd dringt, want we leven snel. Laat ik trachten nog even iets meer concreet te worden. Ik noemde daareven twee aspecten van de situatie waarin zich de wetenschap in de wordende wereld bevindt, nl. (1) dat de wetenschapsbeoefening in de totale integratie van de samenleving wordt ingeordend; (2) dat zij hulpdiensten gaat bewijzen voor bepaalde buitenwetenschappelijke doeleinden. Wat het eerste betreft — dit zullen we, als inhaerent aan de ontwikkeling van de samenlevingsstructuur hebben te nemen. De
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's