1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 122
98
J. A. VAN DER HOEVEN
De gang der bevolking in de historie is zeker interessant, wanneer men zicti realiseert hoe deze aanvankelijk stationair was, door het feit dat er op de immense ruimte voldoende leven voor allen mogelijk was. Door gunstige jaren met weinig ziekte en rampen (epidemieën, hongersnoden etc.) zag men spoedig het aantal mensen vermeerderen en het kwam niet alleen tot de reeds genoemde rooftochten en grote volksverhuizingen, maar ook tot roofbouw op de bodem. Ontbossing op grote schaal leidde tot erosie van de grond. Geweldig imponerend is het te lezen hoe de eerste pioniers in NoordAmerika berichtten van kristalhelder water dat door de grote rivieren vliedt. Van deze heldere wateren ziet men nu niets meer. Integendeel is er een enorme grijze verkleuring door de meegevoerde zand- en kleihoeveelheden. Een ander voorbeeld is uit Italië bekend. De Romeinen hebben de kusten der Adriatische Zee ontbost, met als gevolg enorme erosie en kale gebergten, en onvruchtbare grond. Het is ook een bekend feit dat bossen niet alleen door de vorming van de humuslaag ter plaatse een land van vruchtbare kultuurgrond kunnen maken, maar ook door hun aanwezigheid werken op het klimaat, en o.a. de regenval sterk kunnen beïnvloeden, bovendien het regenwater in de grond vasthouden. Overal waar ontbossing op grote schaal heeft plaats gevonden, is op den duur een woestijnachtige toestand ontstaan. Wanneer men het verleden beschouwt en dan denkt aan de toekomst, dan doet zich deze paradox voor : Er was meer akkergrond nodig, er was meer hout nodig, voor woningen. Daarom kapten de pioniers onophoudelijk verder strevend de bossen. Het gevolg was echter voortgaande erosie en meer woestijn ^). Voor de toekomst van een bodem is dus een bepaalde bebossing weer nodig. Deze merkwaardige cirkelgang toont hoe veelzijdig het probleem der bevolkingsvermeerdering is. Wanneer men in de moderne tijd nog eens even over die kwestie van de houtbehoefte nadenkt, komen er nog andere problemen om de hoek. Wie heeft er erg in dat voor het maken van papier b.v. hout nodig is? We weten het wel, maar we denken er niet aan Daarom is het niet ondienstig enige cijfers te geven, waaruit blijkt hoe het vraagstuk der bebossing en dat der bevolking en haar welvaart met elkaar samenhangen. Vóór de blanken in Noord-Amerika kwmen, was de helft van 3 millioen vierkante mijlen der Ver. Staten met grote bossen bedekt. Heden is er slechts 1/10 van dit maagdelijk oerwoud over. Slechts een klein deel van de originele hoeveelheid hout is ter beschikking voor zaaghout en andere practische doeleinden. De repercussie hiervan op de gang
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's