1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 159
132
A. L. JANSE DE JONGE
maar in de Duitse taal heeft het een nog diepere klank van weerstand en van uit het lichaam komende ervaring en beweging, zoals pijn, zwakte, vermoeidheid, duizeligheid en misselijkheid. Zo is er een enorm belevingsgebied, dat voor een beter begrip van het ziekzijn van groot belang is. Von Weizsacker tracht veel hiervan te ordenen binnen hei. centrale begrip van het ,,patlxische". In de tegenstelling van het ontische en het pathische is het pathische datgene, wat aandrijft, dringt; in het menselijk bestaan, dat ongelooflijk gecompliceerd is, neemt deze pathische categorie dan ook de plaats van het drijvende in. Veel hiervan valt moeilijk onder woorden te brengen. Het gehele complex van affecten en gevoelens tracht men als het ware in de vlucht vast te houden en te verstarren in grammaticale vormen, maar ook hier doet zich weer pijnlijk de tegenstelling van vorm en dynamiek voor. Alle pathische categoriën kunnen slechts in de tijd beleefd worden. De persoonlijkheid van de mens is opgebouwd uit deze secundair geverbaliseerde bestaansmodi, die alle dan nog weer in de verschillende modi van ik, hij, wij etc. vervoegd worden. Slechts op deze wijze komt men binnen het pathische landschap, d.w.z. in de pathisch waargenomen wereld, die de vervlechting biedt van leven en beleving. Dit alles is in zoverre antropologisch gedacht, dat von Weizsacker uitgaat van de stelling, dat elke afgrensbare verschijningsvorm op het gebied der ziekte, hetzij als anatomische bouw, hetzij als physiologische functie of psychische structuur door de pathische categorie moet verlevendigd worden. Hij heeft dit zeer consequent trachten te doen door aan de hand van tal van ziektegeschiedenissen duidelijk te maken, waar de eigenlijke pathische achtergrond van de ziekte te ontdekken is. Voor von Weizsacker is de psychosomatische geneeskunde niet een optelsom van psychologie en biologie, maar een voorlopige wijze van benadering van het eigenlijk pathische in de ziekte. Het is te begrijpen dat de spanning die von Weizsacker overal ontdekt in het menselijk leven, ten nauwste met deze pathische categorie samenhangt. Deze laatste wordt immers uitgedrukt in woorden als mogen, moeten, willen, zullen, kunnen. Telkens wordt in de typische tijdsstructuur van deze werkwoorden iets uitgedrukt van de spanning van het „reeds" en „nog niet". Wellicht mag men in deze pathosophie een geniale greep zien. In elk geval is door von Weizsacker getracht met grote radicaliteit het onrustige, het zich-niet-voegen van het moderne menselijke bestaan aan te wijzen. Hiermede gaat gepaard een sterk methodologische critiek en een typisch zoeken naar een eigen vorm, waarin de concrete
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's