Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 299

3 minuten leestijd

246

G. J. HOIJTINK

geeft om het elektron in dat punt aan te treffen. Het was de Duitse fysicus Heisenberg die op de principiƫle noodzakelijkheid van deze statistische beschrijving voor de kleine materiedeeltjes heeft gewezen. Uit zijn beschouwingen volgde, dat het onmogelijk is plaats en impuls, evenals energie en tijd gelijktijdig scherp te bepalen. Het produkt der onnauwkeurigheden in plaats en impuls, in energie en tijd, was ten minste van de grootte-orde van het elementaire werkingsquantum. Dit impliceert dat wanneer men de plaats van een elektron scherp wenst te bepalen, men in het onwetende blijft over de snelheid van het elektron en omgekeerd wanneer men de snelheid nauwkeurig wenst te bepalen, men over de plaats van het elektron in het duister tast. Eveneens is het onmogelijk te weten welke energie een elektron op een bepaalde tijd heeft. Het is geen wonder dat dit nieuwe inzicht een ware revolutie op levens- en wereldbeschouwelijk terrein ontketende. In de klassieke mechanica gold immers als basis voor de beschrijving van de beweging het causaliteitsbeginsel, volgens welk energie, plaats en snelheid van een deeltje op elk gewenst tijdstip voorspeld konden worden, mits deze voor een vroeger of later tijdstip gegeven waren. Thans echter blijkt dat deze deterministische beschrijving voor deeltjes zoals de elektronen niet langer opgaat. Dat de nauwkeurigheid in plaats en impuls en in energie en tijd direct verband houdt met het elementaire werkingsquantum, is een gevolg van de door Planck gevonden eindigheid der energetische wisselwerking. Waar bij de waarneming aan macrolichamen deze wisselwerking te verwaarlozen is, heeft ze bij het onderzoek van microsystemen een zo sterke invloed, dat het onmogelijk is het te onderzoeken object los te zien van instrument en waarnemer. Dientengevolge zal de beschrijving van zulke systemen slechts kunnen geschieden binnen zekere waarschijnlijkheidsgrenzen, die direct verband houden met de onderste grens die aan de energetische wisselwerking tijdens het experiment is gesteld. Nu door de ontwikkeling van de moderne fysica was gebleken, dat door de onvermijdelijke subject-object relatie in de waarneming de objectieve fysische wereld buiten het bereik van de natuuronderzoeker bleek te liggen, maakte het geloof aan het bestaan van zulk een realiteit bij velen plaats voor een ontkenning: Er is dus geen objectief bestaande situatie zoals in de klassieke fysica werd verondersteld. Deze gedachte die ten grondslag ligt aan het fysische positivisme door Mach in de tweede helft der 19e eeuw verbreid en in latere jaren door de fysicus Jordan gepropageerd, vond in ruime kring bijval. Het positi-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's

1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 299

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's