1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 58
42
K. HARTSUIJKKR
In de 17e eeuw ontstaat wel meer belangstelling voor de praktische problemen, maar de invloed van de oude Grieken en Romeinen is toch nog zo groot, dat voortgang van betekenis niet valt te melden. In de geschriften van Johannis Coleri (Oeconomia und Haussbuch, 1600) en Peter Lauremberg (Rostochiensis Horticultura, 1631) spelen tenminste de configuraties der sterrenbeelden nog een overwegende rol. Zelfs in een iets beter boek als dat van Heinrich Hesse (Neue Gartenlust, 1690) komt de maan nog te pas, omdat volgens Hesse kankers bij bomen speciaal optreden wanneer de enting geschiedt als dit hemellichaam staat in de tekenen van Kreeft en Schorpioen. Dat de practici overigens toch, ondanks de officiƫle wetenschap, niet geheel gespeend waren aan goed inzicht, toont een wet, die in 1660 in Rouaan schijnt te zijn uitgegeven en waarbij de vernietiging van alle Berberis-struiken werd bevolen als middel tegen graanroest. De relatie was wel mysterieus, maar desondanks waargenomen, en naar later bleek, ook volkomen juist. Hoewel het verleidelijk zou zijn nog iets dieper in te gaan op de oudere opvattingen over plantenziekten, lijkt het beter de geschiedenis tot en met de 17e eeuw maar verder te laten rusten. Van een aparte phytopathologie is geen sprake. De kennis, die op dit punt aanwezig is, berust bij botanici, encyclopaedisten of landbouwkundigen. Zij is nog grotendeels van beschrijvende aard en van experimenteel werk is vrijwel geen sprake. Ondanks het bestaan van allerlei goede waarnemingen, vooral op het gebied van de etiologie en epidemiologie, komt men aan een wetenschappelijke verklaring in de huidige zin niet toe. Hoe zou het ook mogelijk zijn geweest, waar b.v. de parasitaire fungi toen nog niet als zelfstandige organismen erkend werden? De 18e eeuw kan, evenals voor andere biologische wetenschappen, ook voor de phytopathologie de eeuw van de nomenclatuur en de classificering genoemd worden. Is ook niet deze eeuw de eeuw van Linnaeus? Verscheidene pogingen vallen te noteren, waarbij men de ziekten trachtte te groeperen en te rubriceren: de Tournefort (1705), Eysfarth (1723) en vooral Fabricius (1774) en Zallinger (1773). Het belangrijkste is, dat er opvattingen naar voren komen waarbij de parasitaire schimmels niet als product van de zieke plant, doch als aparte organismen worden gezien. Het boek over de graanroest, dat de Italiaan Felice Fontana in 1767
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's