Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 332

2 minuten leestijd

DE TOELAATBAARHEID VAN KLEINE STRALINGSDOSES

275

worden de ontwikkeling der kernenergie ter hand te nemen zonder dat de gemiddelde stralingsdosis belangrijk toeneemt. Tevens moet hierbij een overdreven vrees voor straling vermeden worden. Het belang van de kernenergie voor onze economische positie is de moeite en de tijd, die aan deze netelige problemen besteed wordt, ten volle waard. Tenslotte nog enkele opmerkingen over de radioactieve besmetting tengevolge van proefnemingen met kernwapens. Deze besmetting heeft de mogelijkheid geschapen een belangrijke hoeveelheid kennis te verzamelen over de verspreiding van radioactieve nucliden in de biosfeer. Hoewel deze kennis van bijzonder veel nut met het oog op de gezondheidsproblemen verbonden aan de vreedzame toepassing van kernenergie is, is het feit van de besmetting zelf zeker niet onbedenkelijk. Bij de proefnemingen ontstaat een grote hoeveelheid radioactief stof. De grotere deeltjes (groter dan ongeveer 10 mikron) vallen in de regel tamelijk snel naar beneden op een gebied, dat weliswaar grote afmetingen kan hebben, maar toch als omgeving van het punt van de explosie gekarakteriseerd kan worden. De kleinere deeltjes worden door de luchtstromingen in veel sterkere mate beïnvloed dan door de gravitatie en kunnen zich over het gehele aardoppervlak verspreiden. De mogelijke gevaren hiervan kan men in drie categorieën verdelen. Ten eerste het gevaar voor inademing van het radioactieve stof, waarbij de deeltjes zich in de ademhalingsorganen kunnen afzetten, ten tweede de uiwendige bestraling door het radioactieve stof dat zich in de lucht bevindt of op de aardbodem is neergeslagen en ten derde de mogelijkheid dat op de aardbodem neergekomen radioactieve atomen in planten en in voedsel en dus ook in het menselijk lichaam terecht komen, waardoor verschillende organen van binnen uit bestraald worden. '.f/'ÏV! De hoeveelheid ingeademd radioactief stof is te schatten uit het resultaat van metingen omtrent de activiteit van luchtstof. Een gedeelte van dit stof wordt uit de ademhalingsorganen omhooggebracht en verwijderd via de slokdarm. Van het stof, dat in het diepere longweefsel terecht komt, worden de actieve atomen gedeeltelijk in de lichaamsvloeistoffen opgenomen. De resterende activiteit geeft aanleiding tot een bestraling van het longweefsel. Een schatting van de gemiddelde stralingsdosis op het longweefsel tengevolge van de huidige besmetting van de lucht geeft tot resultaat een zeer lage waarde, zelfs als men voor alle onbekende grootheden in de berekening die

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's

1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 332

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's