1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 177
146
G. A. LINDEBOOM
„Wie zou — zo zegt hij, Boerhaaves antwoord aan Schultens besprekend — deze verklaring kunnen aanvaarden als antwoord op die vraag? Dan zouden denken en bidden in dat geval wel een tooverachtig gevolg hebben gehad, want Boerhaave was daarna niet alleen niet lichtgeraakt meer, maar helemaal niet meer te raken, nergens en met niets". Schoute ziet twee dingen over het hoofd: ten eerste, dat hier niet denken en bidden staat, maar overdenken en bidden en voorts: dagelijks: prece et meditatione quotidiana: de zachtmoedigheid moest dagelijks weer verkregen en bevochten worden. Inderdaad, dit dagelijkse uur, in den vroegen morgen, van inkeer, overpeinzing en gebed, deze „stille tijd", moet voor den met zo zwaren taak belasten man een geheime bron van energie geweest zijn. Zijn vroomheid bleef niet beperkt tot de zondagse kerkgang, die hij zelden naliet. Ook in het dagelijkse leven bepaalde ze tot in het uiterlijke zijn houding. Gods naam noemde hij nimmer met gedekt hoofd, en toen Voltaire aan zijn deur kwam onder de huiselijke maaltijd, weigerde hij op te staan voor een man, die niet voor God opstond 21). Het type van zijn vroomheid was wel niet vrij van het rationalisme van zijn eeuw. Vreemd doet het aan, dat Boerhaave God een enkele maal met Jupiter aanduidt, maar historici verzekeren, dat dat in dien tijd niet ongebruikelijk was. Over het geheel krijgt men den indruk, dat zijn godsdienstige overtuiging hem leidde tot de aanbidding van het Opperwezen, den Almachtigen God, die alles goed voor de stervelingen beschikt. Voor zover ik zien kan, had zijn geloof geen overheersend christocentrisch karakter, al blijkt uit gegeven citaten wel van een sterk zondegevoel en behoefte aan genade en vergeving. Zijn er dan geen trekken aan te wijzen, die schaduw aanbrengen op het beeld van zijn karakter? Is er dan alleen opgewektheid, hulpvaardigheid, goedmoedigheid, vergevensgezindheid en dergelijke? Boerhaaves levenswandel was onberispelijk en zelfs een laakbare eerzucht of ambitie is hem nooit verweten. Als jong gevestigd arts liet hij zich door geen schone beloften naar Den Haag lokken om een practijk te gaan opbouwen in den hofkring om den Stadhouder-koning. Het enige wat zijn vijanden hem verweten hebben, is een zekere geldzucht. Inderdaad is hij, de arme domineeszoon uit de pastorie te Voorhout, gestorven als een zeer rijk man. Als nagelaten vermogen heeft de faam hem twee millioen gulden toegedicht. Elders 22) heb ik uiteengezet, dat men op grond van zijn testament niet verder dan tot tweehonderdduizend gulden komt. Daar heb ik ook betoogd, tot nu toe
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's