Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 62

2 minuten leestijd

46

K. HARTSUIJKER

zijn voor de mensheid. De jaren rond 1850 fungeren, om in mijn beeld van de rivier te blijven, als het ware als het grote meer, waarin de bruisende bergbeken zich uitstorten, waar puin en sedimenten bezinken en waaruit een rivier uittreedt met helder water, herkenbaar als een te respecteren stroom, vol bruisende kracht. Als eenmaal de ban van de theorie van het autogenetisch ontstaan van de ziekten gebroken is, verbreedt het terrein der phytopathologie zich met enorme snelheid. In allerlei landen treden figuren van betekenis naar voren, hoewel Duitsland de leiding heeft met onderzoekers als de Bary en Kühn. In Engeland is Berkeley de dominerende figuur, terwijl in Denemarken Örsted van zich Iaat spreken. De belangrijkste figuren in die periode zijn echter nog geen phytopathologen in de huidige zin. De Bary, aanvankelijk begonnen als medicus, ontwikkelt zich tot botanicus, speciaal mycoloog. Voor de meer economische aspecten van de plantenziekten interesseert hij zich weinig of niet. Deze taak is meer iets voor Kühn, van huis uit een Landwirt en Amtmann van een kroondomein in Silezië. In deze functie trekt de landbouw hem aan. Onder invloed van Liebig doet hij proeven met kunstmest, studeert landbouwkunde in Poppelsdorf, promoveert in Leipzig en wordt lector in Proskau. Maar hij trekt weer spoedig naar een Oost-Duits landgoed, waar hij in 1858 zijn reeds genoemde boek uitgeeft. In 1862 wordt hij hoogleraar in Halle, op de leeftijd van 37 jaar. Berkeley, hoewel mycoloog, heeft meer contact met de practijk en schrijft zelfs zijn bekende werk „Vegetable pathology" als wekelijkse artikelen in de Gardener's Chronicle tussen de jaren 1854 en 1857. Örsted staat bekend voor zijn ontdekking van de heteroecie van de roesten, gelijktijdig met en onafhankelijk van de Bary. Wanneer we nog bedenken, dat in die tijd Pasteur de wereld opschrikt door zijn vondsten, die ook voor de phytopathologie zo belangrijk zijn geweest en memoreren, dat in 1874 zowel het boek van Hartig over de boomziekten verschijnt, als ook de eerste druk van Sorauer's Handbuch der Pflanzenkrankheiten, hebben we wel een beeld getekend van een gestaag zwellende rivier, telkens versterkt door zijrivieren, vol energie op weg naar verdere verbreding en versterking. Het wordt dan ook ondoenlijk om meer in details de voortgang te schilderen. Deze periode loopt door tot in het begin van de 20e eeuw en heeft in elk land figuren van betekenis, pioniers, wier werken men tot vandaag nog in vele opzichten zal moeten blijven raadplegen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's

1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 62

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's