1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 168
BOERHAAVE ALS CHRISTEN door G. A. LINDEBOOM Inleiding Herman Boerhaave (1668—1738) is zeker Nederlands beroemdste geneesheer geweest. Hij was een Christen; dat wordt door niemand ontkend. Maar het is toch wellicht niet zonder zin een antwoord te zoeken op de vraag, in hoeverre zijn Christen-zijn in zijn denken en leven tot uiting is gekomen. Met dat denken is dan vooral zijn wijsgerig en medisch-wetenschappelijk denken bedoeld. Immers, hij heeft niet alleen geneeskunde en wijsbegeerte, doch ook theologie gestudeerd. En theologisch is hij het Calvinistisch protestantisme trouw gebleven, al is zijn rechtzinnigheid soms, overigens ten onrechte, betwijfeld. Hoe breed hij zijn theologische studiën heeft opgevat, blijkt uit de eigen autobiografische aantekeningen, die hij heeft nagelaten, en waarin hij, bij alle kortheid over andere belangrijke zaken en gebeurlijkheden uit zijn leven, juist uitvoerig is over zijn godgeleerde studiën en zijn oecumenische gezindheid. Dit moet wel verklaard worden uit de bestemming dezer notities. Wanneer een beroemd hoogleraar te Leiden stierf, werd hij wel in een plechtige zitting herdacht. Zo had Boerhaave zelf in 1721 den groten Bernard Albinus herdacht i), en het was duidelijk, dat ook hem zulk een eer zou te beurt vallen. Het was zijn wens geweest, dat zijn vriend prof. Albert Schultens, een oriëntalist, bij die gelegenheid zou optreden 2). Welnu, Schultens zegt van die aantekeningen: „zorgvuldig heeft hij alleen daar ter neer gesteld, hetgeen, of de tedere zucht zijner ouders, en begunstigers; of de liefde tot Godsdienst, en Waarheid; of d' Eere Gods, Hem niet toelieten te verbergen". Met andere woorden, ook van ouderliefde en Godsvertrouwen wilde hij, dat getuigd zou worden. Schultens heeft de verstandige voorzorg genomen, de rechtstreekse aanhalingen uit deze autobiografische gegevens met een veel grotere, zeer opvallende letter te doen drukken 3). De Comnientariolus, die J. B. Burton in 1743 aan zijn anoniem uitgegeven: „An Account of the life and writings of Herman Boerhaave" toevoegde als autobiografica van Boerhaave, is dan ook niet anders en niets meer dan de uit Schultens rede verzamelde citaten uit de genoemde notities 4).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's