1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 334
DE TOELAATBAARHEID VAN KLEINE STRALINGSDOSES
277
Hoewel de kans op schadelijke gevolgen van de bestraling van bot en het zich daarin bevindende bloedvormende weefsel op zichzelf beschouwd zo gering is, dat een duidelijk hieraan toe te schrijven toename van de frequentie van bottumoren en leukemie niet te verwachten is, mag men toch vooralsnog de mogelijkheid niet uitsluiten dat bij verdere stijging van de strontium-90 besmetting in de toekomst over de gehele wereld zich een aantal gevallen van bottumoren of leukemie zullen voordoen tengevolge van de bestraling van het skelet door dit isotoop. Vergeleken met het totale aantal „spontaan" optredende tumoren of leukemieën, is een eventuele stijging echter zeker gering. De conclusie zou dus als volgt geformuleerd kunnen worden: niet de grootte van de besmetting, maar het grote aantal individuen dat er aan bloot staat, is een reden tot ongerustheid. Het is echter in ieder geval onjuist te beweren dat de mensheid door de proeven met kernwapens met de ondergang bedreigd wordt. De vraag of het betrekkelijk geringe stralingsrisico van de proefnemingen aanvaardbaar is, kan niet zonder meer met ja of neen beantwoord worden, omdat bij de beoordeling niet alleen dit risico, maar ook de noodzakelijkheid der proeven een punt van overweging is. Immers de stelling, dat geen enkel risico aanvaardbaar is, is onhoudbaar, zoals in het begin van dit artikel aangetoond werd. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de meningen op dit punt zo zeer uiteenlopen. Enerzijds heeft vooral de Amerikaanse Commissie voor Atoomenergie bij monde van Libby de proefnemingen herhaaldelijk verdedigd, waarbij soms zelfs het bestaan van een risico ten onrechte ontkend werd, anderzijds werden, bijvoorbeeld door Schweitzer, vurige pleidooien gehouden voor een stopzetting der proeven. Zoals bekend heeft onlangs de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen partij gekozen voor een staken der proefnemingen. Een punt dat in de discussies over het probleem veel te weinig tot zijn recht komt is het feit dat een oorlog met atoomwapens, onverschillig of deze „vuil" of „schoon" zijn, wel degelijk katastrofaal is. Dit is een veel sterker argument voor een internationale overeenkomst over het stopzetten van de ontwikkeling van deze wapens dan de besmetting van het aardoppervlak door de proefexplosies. 20 november 1957.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's