Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 326

2 minuten leestijd

DE TOELAATBAARHEID VAN KLEINE STRALINGSDOSES

269

geven of m.a.w. die de beste aanpassing aan het miheu mogehjk maken "). Dit geldt niet alleen voor planten, maar ook voor dieren en mensen. Terwijl echter bij planten de aandacht gericht is op de veredelde variëteit en de ongewenste vormen worden vernietigd, ontvangen noodzakelijkerwijze en terecht bij de mens juist de minder tegen hun omgeving opgewassen individuen de meeste aandacht. Ieder kent uit zijn omgeving het leed, dat voortkomt uit de verminderde mogelijkheden tot aanpassing aan de omgeving: infectieziekten, geestelijke stoornissen, afwijkingen in allerlei vormen maken voor velen het bestaan tot een voortdurende strijd, soms eindigend in een vroegtijdige dood. Voorzover deze ziekten voortkomen uit of bevorderd worden door erfelijke eigenschappen, zijn ze althans grotendeels terug te voeren op mutaties in het voorgeslacht. We nemen nu de draad van het betoog weer op. In 1927 ontdekte de geneticus Muller, dat door bestraling mutaties opgewekt worden. Sindsdien is een omvangrijke literatuur over dit onderwerp ontstaan, welke geleid heeft tot de huidige opvatting dat de bestraling van een bevolking als geheel zodanig beperkt moet worden, dat de totale stralingsdosis op de geslachtsorganen, gemiddeld over de gehele bevolking, niet groter is dan 10 r, gerekend vanaf de conceptie tot aan de gemiddelde leeftijd van reproductie. Deze opvatting berust op een schatting van het aantal mutaties per generatie dat door een gemiddelde dosis van 10 r teweeggebracht zou worden en vergelijking van dit aantal met de geschatte ,,spontane mutatiefrequentie". Beide schattingen hebben een nog zeer onvolledige wetenschappelijke basis. Een kritische behandeling hiervan zou een veel dieper ingaan op genetische problemen in het algemeen vereisen dan in het bestek van dit artikel mogelijk is. Het is welHcht nuttig in dit verband de nadruk te leggen op het feit dat een door straling teweeggebrachte mutatie niet te onderscheiden is van een „spontane" mutatie, d.w.z. een mutatie door andere oorzaken. De vrees dat een bestraling van de bevolking zal leiden tot vreemdsoortige, voorheen onbekende afwijkingen, is dan ook niet gerechtvaardigd. Voorzover een bepaalde afwijking aan een mutatie *) In de evolutietheorie wordt het ontstaan der soorten uit dit proces verklaard. Voor het onderhavige betoog doet dit niet ter zake. Het mag echter als vaststaand aangenomen worden, dat bij de handhaving van de soort het genoemde proces een grote betekenis heeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's

1957 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 326

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1957

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 349 Pagina's