1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 317
WAAROM EN WAARIN „ANDERS"?
261
zo zeer vereerden Fresnel in een der bijeenkomsten van 1927: „We zijn geplaatst voor zeer moeilijke vraagstukken, dikwijls vol raadselen. Ik kon dan ook niet nalaten vanmorgen tegen mevrouw Curie te zeggen: Fresnel zou er niets van begrepen hebben. Maar dat was een gedachteloze uiting en ik moet me verbeteren. Zeker, als Fresnel deel had kunnen nemen aan onze besprekingen, zouden ze hem aanvankelijk aan het schrikken gebracht hebben en hij zou tegen zich zelf misschien gezegd hebben: „Is dat het nu wat van mijn natuurkunde terecht gekomen is?" Maar al heel spoedig zou hij in onze gedachten ingekomen zijn, hij zou er het essentiële en fundamentele uit los hebben weten te maken en ik ben er zeker van, dat hij, met zijn genie en met zijn gave van door dringen, voor ons een meester en leidsman zou zijn geweest." Dat de jongere generatie zo gemakkelijk de moeizaam verworven kennis aanvaardt, heeft natuurlijk ook veel goeds: daardoor komt de energie vrij voor andere taken. Maar wel moeten we ons daarbij ten zeerste hoeden voor gering achten van het vroegere. Zo omstreeks de eeuwwisseling deed men alsof het licht in de natuurkunde eerst met Galilei en Newton was opgegaan en alsof daarvóór de mensheid, wat de wetenschap betreft (ook de natuurwetenschap) in duisternis lag. En, om terug te komen op het beeld van de vrachtrijder, deze moet toch ook af en toe een blik slaan op het verrijzende gebouw, waaraan hij, wel is waar, slechts voor een heel, heel klein deeltje medewerkt, maar dan toch ook mede-werkt. Zelf zou hij het nooit hebben kunnen ontwerpen, zelfs niet kleine onderdelen: maar iets bewonderen kan hij toch wel. En het is niet voor niets, dat tegenwoordig de grote bedrijven hun arbeiders, tot de met het eenvoudigste werk belasten toe, trachten bij het geheel te interesseren. De geschiedenis kan ons ook tonen, dat natuurkundige theorieën, die niet voldoende in hun beperktheid doorzien worden, gevaarlijke consequenties kunnen veroorzaken; ik denk b.v. aan de grote bijdrage, die de natuurkunde van Newton heeft geleverd tot „mechanisering van het wereldbeeld" (Dijksterhuis), en in het bijzonder aan de bevordering van het deïsme door Newton's gravitatietheorie. Als men eenmaal aanvaardt, dat twee massadeeltjes elkander aantrekken evenredig met de massa's en omgekeerd evenredig met het kwadraat van hun afstand en voorts de begincondities gegeven zijn, loopt alles verder vanzelf; ver gaande extrapolatie maakt de vergelijking van het (stoffelijke) heelal met een machine zo aannemelijk. Nog onlangs werd, op de internationale conferentie, van 10-13 september te Amersfoort gehouden door het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's