Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 215

3 minuten leestijd

OVER DE MELAATSHEID IN DE BIJBEL

173

door een innerlijke verlichting werd geopenbaard en het mij duidelijk werd hoe heel deze angst voor de „melaatse", voor de „uitgezette", volkomen zinloos was omdat het in de Bijbel in het geheel niet ging om de lepralijder zoals wij hem nu kennen, maar om iets geheel anders, dat de op bijbelse gronden gefundeerde uitstoting van de l^pratijder sloeg op iets totaal anders dan de ziekte van Hansen (een ziekte, die niet of nauwelijks besmettelijk is) en dat deze houding niet alleen liefdeloos was, maar volkomen zinloos. Sindsdien heb ik het als mijn roeping gezien om overal daar waar ik daartoe in de gelegenheid was, te ijveren voor het losmaken van de bijbelse begrippen lepra en melaats van de ziekte van Hansen.

Wat moeten wij nu verstaan onder de melaatsheid in de Bijbel? Laten wij eerst nagaan waar eigenlijk dit woord melaats van afgeleid is. Het woord melaats is volgens Ketting (1922) (in zijn boek: „Een bijdrage tot de geschiedenis der lepra in Nederland") terug te brengen tot het Franse woord malade. Het woord malade zou dan weer afgeleid zijn van: mal de Ladre, de ziekte van Lazarus. Dat dit practisch zeker is, blijkt wel uit het steeds naast en door elkaar gebruiken van de woorden „malade" en „lazarusziekte". Hier staat men direct voor het geheel godsdienstige van de oorsprong van dit woord, zoals ik u later ook nog meer zal aantonen. Lazarus is immers de arme man uit de gelijkenis van Jezus, die met wonden bedekt zit voor de poort van de rijke man (Lucas 16 : 20). Jezus prijst hem als degene, die het hier op aarde moeilijk heeft gehad, maar na zijn dood in Abrahams schoot mag rusten in tegenstelling met de rijke man, die het hier op aarde goed had, maar eindigt in het dodenrijk, met helse folteringen. Leed deze Lazarus aan lepra? Volgens de beschrijving, die we in de bedoelde gelijkenis vinden, is dit niet erg duidelijk; er staat alleen maar, dat hij voor de poort van den rijken man lag (hij was dus misschien verlamd?) en bedekt was met wonden en dat de honden kwamen en zijn zweren likten. Als wij de drie plaatjes bekijken, die in het boek van Ketting zijn afgedrukt van deze Lazarus voor de poort van den rijke, dan zien wij daar in het geheel geen lepralijder, zoals wij die nu kennen, maar eenvoudig een bedelaar, bedekt met zweren, zonder één typisch verschijnsel van lepra. Het geheel doet meer denken aan lues, frambösia of ook ordinaire scabies met secundaire pyodermie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's

1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 215

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's