1958 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 169
NUCLEÏNEZUREN
137
HN — C =: 0
N—^C—NH2 HC2 5C — N ^
H2N — C
II3 Jl , pc»
C —- N ^
N—C —
H
H
ADENINE
GUANINE
N = C —NHo
HN — C = : 0
I' 'I 0=
II
C2 5CH
0=
C
CH
I3JI
I II
HN — C H
HN — C H
CYTOSINE 5-M ETHYL-, EN 5-HYDROXYMETHYLDERIVATEN
URACIL 5-ME
THYLURAC
I L(THYM
INE)
Fig. 2
Het aantal verschillende structurele eenheden waaruit de nucleïnezuren zijn opgebouwd (in totaal zeven heterocyclische stikstofverbindingen, twee pentosederivaten en phosphorzuur) is dus kleiner dan bij de eiwitten. Maar omdat hier drie totaal verschillende chemische typen van substantie aanwezig zijn, waarvan een ieder nog polyfunctioneel is, wordt de situatie toch nog gecompliceerder dan bij de eiwitten. Het probleem van de identificatie is dus eenvoudiger, doch het probleem van de structuur en de wijze van onderlinge koppeling is veel ingewikkelder. Drie hoofdtypen van bindingen zijn dus te onderscheiden : I. N-base met ribosederivaat geeft een nucleoside. Deze nucleosiden zijn N-glycosiden, waarbij de purinen met N9 en de pyrimidinen met Ng iS-glycosidisch aan het C^ atoom van de pentose zijn gebonden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1958
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 340 Pagina's